close

Niet de zin, maar de alinea is de baksteen van een tekst. Als je alinea’s goed zijn, dan is het geheel meestal ook goed. Zijn je zinnen correct, dan zegt dat nog weinig. Daarom hier hoe je een mooie alinea bouwt.

Een alinea is een aantal samenhangende zinnen die samen een enkele gedachte vormen. Soms bevat het slechts één zin of zelfs maar één woord, soms honderden zinnen – de goede alinea’s bevatten meestal drie tot vijftien zinnen.

Een alinea is samengesteld uit diverse zinnen met verschillende functies. Het doel is om die enkele gedachte te communiceren, maar elke zin draagt daar op een andere manier aan bij. Hier de belangrijkste soorten zinnen:

1. De kernzin: de gedachte die je wilt communiceren.

Dit is niet de samenvatting, dit is de gedachte, in al zijn volle glorie. Je hebt hiermee alles gezegd. Meestal begin je hiermee, maar het is ook prima hiermee te eindigen. De enige reden om het hierbij niet te laten, is dat een gedachte zelden met één zin al bij de lezer is geland. Je hebt andere zinnetjes nodig die deze gedachte ondersteunen, er omheen cirkelen, en zo de lezer de tijd geven. Daarom zijn er allerlei ondersteunende zinnen:

2. Herhaling van de kernzin in andere woorden.

Meestal is deze herhaling preciserend of juist veralgemeniserend. Dus bijvoorbeeld als je kerngedachte is: Broccoli is gezond, dan is een preciserende herhaling daarna: Deze groente helpt je lichaam, en een veralgemeniserende herhaling: Alle groentes zijn belangrijk. Een nuttige herhaling is de ‘ontkenning van de omkering’: Groentes zijn nooit slecht voor je. Vaak is zijn dit soort herhalingen zo specifiek, dat je het een voorbeeld kunt noemen:

3. Voorbeeld bij de kernzin.

Een voorbeeld is vaak opgebouwd uit diverse zinnen; het is een groepje zinnen met dezelfde ondersteunde functie. Dus bijvoorbeeld als je kernzin is: Broccoli is gezond, dan kun je daarna enkele voorbeeldzinnen schrijven als: Ik heb eens een week lang broccoli gegeten. Mijn huid glom daarna en ik voelde me veel fitter. Ik danste de trap op! Je merkt dat dit soort voorbeelden en herhalingen (nummer 2 en 3) ook als argument werken: je ‘bewijst’ min of meer je kernzin. Je kunt ook speciaal hierom een zin toevoegen:

4. Argument voor de kernzin.

De kernzin die ik hier steeds gebruik ‘bewijs’ je die door erna iets zeggen als: Het bevat meer vitamines dan welke andere groente dan ook. Maar er zijn natuurlijk ook argument tegen je kernzin en die kun je tegenspreken:

5. Weerlegging van een bezwaar tegen de kernzin.

In dit geval kun je dus bijvoorbeeld zeggen: Je hoort wel eens dat broccoli veel gif bevat, maar dat was in de jaren ’80, toen de wetgeving nog niet op orde was.

Dit is het. Er zijn nog wel meer functies, en als je veel schrijft zul je er veel meer herkennen, maar met deze vijf kom je heel ver. Laat ik nog een ander voorbeeld geven van een prima alinea, met genummerd achter de zinnen hun functies:

Auto’s zien er tegenwoordig saai uit. (1, kernzin) Alles moet er strak en eenvoudig uitzien. (2, algemeniserende herhaling) Het ergst zijn nog de Toyota’s met hun niksige front. (2, preciserende herhaling) Ik hoor er ook regelmatig dealers over mopperen, dat hun auto’s geen ‘kleur’ meer hebben. Dat is letterlijk: ze zijn allemaal grijs, maar ook figuurlijk: ze lijken allemaal op elkaar. (3, voorbeeld, tegelijk 4, argument) Maar de Citroën dan? Dit zijn toch wel bijzonder? Nee, Citroën is niets meer van wat het geweest zijn. Een plastic zijkantje maakt je auto niet uniek! (5, weerlegging bezwaar) Het is echt verschrikkelijk gesteld met de autoindustrie. (2, algemeniserende herhaling, conclusie).

Je ziet hier dat de diverse zinnen kriskras door elkaar kunnen worden gebruikt: je zou je allemaal kunnen husselen en de alinea zou nog steeds werken. Tenminste, als de eerste en de laatste zin maar bestaan uit de kernzin of een herhaling daarvan.

Dit is het! Als je een alinea kunt bouwen, kun je een tekst schrijven.

 

 

 

Go top