close

Hét argument waarom gewone burgers toestaan dat inlichtingen- en veiligheidsdiensten hun internetverkeer scannen, is dat ze menen aan de goede kant te staan en er daarom niets van te merken. ‘Ze mogen alles van me weten, want ik heb toch niets te verbergen’, klinkt het dan. Zeven redenen waarom dat argument faalt.

1. Privacy bepaalt je persoonlijkheid

We verbergen voortdurend elementen in ons leven. We kleden ons. Doen de deur op slot. Hebben een wachtwoord op onze computer. Kennen alleen zelf onze eigen pincode. Doen de gordijnen dicht als we gaan slapen. Kort gezegd, we bepalen enigszins zelf wie wat wanneer van ons weet. Als iedereen overal alles van ons kan weten, hebben we geen enkele autonomie meer – hebben we dan nog wel een persoonlijkheid? Want juist dat filter, de manier waarop we onszelf prijsgeven aan de wereld, bepaalt ons karakter.

2. Je kunt niet met alle gevoeligheden rekening houden

Als alles wat je zegt en doet publiek kan worden, sta je altijd op een podium. Je kent echter niet de mogelijke gevoeligheden van je toehoorders en zult daarom steeds meer de veilige weg kiezen. Stel je voor dat je op lange tenen trapt… Je uitingen zullen dan al snel net zo gladjes worden als toespraken van politici of bn’ers. De outlaws worden de mensen die eerlijk zijn. Meer privacy beperkt niet onze eerlijkheid, maar bevordert die juist.

3. Onaffe gedachten zijn nodig

Ook in een ander opzicht zullen we onszelf gaan censureren. Veel intieme gesprekken gebruiken we namelijk om onze gedachten te ontwikkelen. Dat betekent dat we ook ‘rare’ dingen kunnen overleggen, ideeën waar we nog niet over uit zijn. Hoe meer onze privacy verdwijnt, hoe minder we zullen durven experimenteren met gedachtes. We zullen op onze hoede zijn en alleen afgeronde en veilige ideeën uiten.

4. Een privacy-elite is gevaarlijk

Facebook scant wel ons internetgedrag, wij niet die van topman Mark Zuckerberg. Google leest wel onze mails, wij niet die van directeur Larry Page. Er ontstaan momenteel een privacy-elite van mensen die handig de controles weten te bespelen. Dat schept een schijnveiligheid, omdat de overheden dénken alles te controleren, maar intussen een kleine elite hun gang laten gaan, die onevenredig veel van anderen weten (en bovendien niet democratisch gekozen).

5. Privacy dempt uitwassen

Privacyschendingen centraliseren kennis en daarmee macht. Zo’n klantenbestand van 37 miljoen Ashley Madison-gebruikers geeft enkele hackers immens veel invloed: ze kunnen duizenden huwelijken laten stranden, waartoe voorheen nog nooit een individu in staat was. Meer privacy verspreidt de kennis en daarmee de macht. Uiteindelijk dempt dat uitwassen. Macht kan nog wel misbruikt worden – je kunt altijd nog het huwelijk van je buurman verknallen – maar op minder grote schaal.

6. Je weet niet wat fout is

Wie zeggen dat ze ‘toch niets verkeerds doen’, bluffen. Er zijn alleen al in Nederland meer dan 10.000 wetten, die je nooit allemaal kunt kennen en je weet niet waar de diensten op zoeken. Bovendien scannen ook buitenlandse diensten je internetgedrag, waaronder die van zwakke staten, en met hun corrupte wetgevingen kun je al helemaal geen rekening houden. Wie weet waar je op gepakt wordt als je daar op vakantie bent?

7. Overheden en bedrijven zijn niet te vertrouwen

Overheden maken fouten. Ze kunnen je voor iemand anders aanzien of hun big data verkeerd interpreteren. In een functionerend rechtssysteem is dat overkomelijk, maar de informatie uit massasurveillance belandt ook bij minder gezonde overheidsdiensten die heel andere belangen hebben. Je kent bovendien de toekomstige overheden niet. De geschiedenis is grillig. Wie wil over tien jaar opgepakt worden door een nieuwe Geert Wilders, omdat je vandaag een chagrijnige mail over hem verstuurd hebt?

Go top