close

(Eerder verschenen in De Nieuwe Koers)

De mensen, vooral blanke dertigers, druppelen binnen in het buurtcentrum. Veel hebben een baby of peuter bij zich. Ze gaan opvallend hip gekleed, met maffe kapsels. De meeste mannen hebben een baard. Iemand heeft een grote thermoskan bij zich en schenkt koffie in. Een ander deelt zelfgebakken koeken uit. Als die op zijn, wordt er ergens geroepen: ‘Zullen we maar beginnen?!’ en langzamerhand schuifelt men naar de stoelen, gaat zitten en het geroezemoes verstomt…

Ik tel, we zijn met z’n twintigen. Iemand vraagt waar we voor gaan bidden. Een vrouw vertelt over haar huwelijksproblemen; haar man logeert nu tijdelijk in Center Parks. Een volgende heeft onverwachts een baan gekregen en wil daarvoor danken. We bidden. Iemand pakt z’n gitaar en we zingen. Een ander laat een filmpje van Rob Bell zien en legt er wat bij uit. We gaan naar buiten voor een korte speurtocht over het leven van Abraham, samen met de kinderen. Ten slotte zingen we nog een liedje.

We schuiven aan een lange tafel, iedereen heeft wat meegenomen. De man met de nieuwe baan heeft het hoogste woord. De vrouw met de huwelijksproblemen zit in een hoekje en huilt – een andere vrouw heeft een arm om haar heengeslagen. Halverwege de maaltijd komt ze erbij, breekt wat brood en schenkt druivensap in. ‘Dit is het lichaam van Christus,’ zegt ze en het brood gaat rond. ‘Dit is het bloed van Christus,’ en de beker gaat rond. Ook de kinderen doen mee. Na twee, drie uur gaan we uiteindelijk naar huis.

Een onnatuurlijke situatie

Zo gaat het in een ‘huiskerk’ – althans die waar ik zelf onderdeel van ben. Iets tussen een gebruikelijke kerkdienst en een kerkelijke kring in. Niet per se bij iemand thuis, maar het is wel net zo rommelig en gezellig als een huiskamer. Ik hoor er nu zes jaar bij, ik was bij de oprichting en heb zo’n vierhonderd bijeenkomsten meegemaakt. Intussen kan ik dus wel wat ervaring doorgeven.

Het belangrijkste dat ik heb gemerkt, is dat maar weinig mensen voor een huiskerk kiezen. Ze hebben zelden plussen en minnen afgewogen. Een huiskerk is voor hen de enige vorm van kerk die überhaupt nog mogelijk is.

Ikzelf ben bijvoorbeeld keurig gereformeerd opgevoed, maar als twintiger kwam ik vrijwel nooit meer in een gebruikelijke kerkdienst, hooguit voor een begrafenis of bruiloft. Ik begon me er steeds ongemakkelijker te voelen. De situatie is zo onnatuurlijk. Die predikant beweert van alles en nog wat en ik kan niks vragen, niks terugzeggen – hij weet blijkbaar wat goed voor mij is en ik moet dat maar slikken. We zitten in stijve rijtjes op harde banken, gaan plotseling collectief staan en dan even plotseling weer allemaal zitten. En die liederen met die rare toonsoorten en kromme melodieën, die woorden uit werelden waar ik nooit kom…

Ik kan dat best uitzitten voor een sporadische familieverplichting, ik preek zelfs wel eens in dat soort diensten, maar dat élke zondag te moeten meemaken… Ik vrees dat mijn geloof dat niet overleeft.

Vergroeid met de kerk

Een dergelijk verhaal hoor ik keer op keer in onze huiskerk. Deze nieuwe vorm is dan zo’n verademing. Iedereen draagt iets bij en praat mee. En als je zelf een verhaaltje houdt, kunnen mensen zeggen dat ze het onzin vinden. Heerlijk! We zitten op gewone huiskamerbanken waar je fijn in weg kunt zakken. We maken contact op een menselijke manier. Je kent elkaar, je weet wat er speelt. We zingen liedjes die ik tenminste begrijp en waarvan ik de melodie volg. Het is kortom onze ‘taal’ hier.

Niet dat ik vind dat iedereen maar naar een huiskerk moet. Als ik mensen spreek die de gebruikelijke kerkdiensten gewend zijn, moet ik denken aan een oud en vertrouwd huwelijk. Vergroeid en op elkaar ingespeeld. Je kent elkaars nukken en accepteert die van elkaar. En natuurlijk blijf je dan bij elkaar, tot de dood je scheidt. Mensen die de gebruikelijke kerkdiensten bezoeken, kunnen zich heus wel ergeren aan een abstracte preek of militaristisch orgelspel, maar dat hoort er gewoon bij voor ze.

Mensen in onze huiskerk zijn echter al lang geleden ‘gescheiden’ van deze gebruikelijke kerkdiensten. Ze deden meestal al jaren niets meer ‘aan God’, niet in groepsverband of überhaupt niks meer. En dan ervaar je de ongemakkelijkheden van de gebruikelijke kerkdiensten opeens heel anders. Als je erin zit, blijf je trouw. Maar als je van buiten komt, kies je er niet voor. Als een oud huwelijk onverhoopt kapot gaat en je leeft jarenlang gescheiden – zoals ikzelf acht jaar lang zelden in een kerk kwam – dan kun je eigenlijk onmogelijk meer aan elkaar wennen.

Dan werkt hooguit nog een nieuwe ‘relatie’, ik bedoel: een heel andere vorm van kerk. Die uiteraard ook weer zijn eigen gedoetjes en nukken zal ontwikkelen, maar dat zijn dan in elk geval jouw gedoetjes en nukken.

Zoekend en informeel

Wat is dan specifiek voor deze kerkvorm? En wat zijn die ‘gedoetjes en nukken’?

1. De huiskerkbezoekers die ik ken kiezen niet tegen de gebruikelijke kerkdiensten – die is al lang geen optie meer – maar tegen helemaal geen kerk. Veel bevinden zich ergens tussen geloof en ongeloof in. Twijfel is een thema dat regelmatig terugkeert. Wie stilletjes bij de achterdeur van de gebruikelijke kerkdiensten verdwijnt, belandt soms nog bij een huiskerk en ziet dat als de laatste optie.

Dat maakt dat er veel op scherp staat. Je hebt geen tijd voor wel-of-niet-kinderdoop of wel-of-niet-vrouw-in-het-ambt. Voor de gemiddelde huiskerkbezoeker zijn dat discussies in de orde van hoeveel-engelen-kunnen-er-op-de-punt-van-een-naald-dansen. Daardoor heb je het vaak over wezenlijke zaken, maar die wezenlijke zaken kunnen ook vervelen. Soms wil je verder bouwen op de basis. Dat is een uitdaging voor huiskerken: lukt het om de zoekers vast te houden en tegelijk werkelijk te verdiepen?

2. In een huiskerk staat weinig tot niets op papier. Dat betekent natuurlijk regelmatig chaos. Iemand is vergeten de sleutel mee te nemen, niemand weet hoe je met een echtscheiding omgaat, het is onduidelijk wie er eigenlijk wel en niet bij hoort. De meeste huiskerkbezoekers nemen dit soort nadelen op de koop toe – zoals wie een gebruikelijke kerkdienst gewend is, de nadelen daarvan accepteert.

Er staat namelijk tegenover dat je snel op nieuwe situaties kunt inspringen. Omdat er bijvoorbeeld geen leesrooster is en geen voorganger de Bijbelteksten kiest, kun je beter aansluiten bij de actuele interesses van de deelnemers. Hier speelt ook een karakter-kwestie mee. Mijn indruk is dat huiskerkbezoekers relatief eigenzinnige types zijn, zo je wilt: eigenwijze. Ze hebben domweg een hoge mate van eigen inbreng nodig. Want dat betekent ook een gebrek aan regels: veel eigenaarschap en emancipatie.

One size fits all

3. Wat ik het meest hoor bij huiskerkbezoekers is een verlangen naar intieme vriendschappen en daarin je geloof kunnen delen. Daarin speelt ongetwijfeld mee dat Westerlingen, zeker in de grote steden, het steeds lastiger vinden duurzame relaties aan te gaan. Onze huiskerk heeft mij inderdaad een aantal extra vriendschappen geboden, maar ik merk ook hoe kwetsbaar deze zijn.

Want lukt het werkelijk om die nieuwe contacten de aandacht te geven die ze verdienen? Is het nu wél mogelijk een langdurig commitment aan te gaan en er voor de ander te zijn als die in de problemen zit? En hoe ga je om met een conflict? Waar mensen zijn, zijn meningsverschillen, maar dat komt nu dichterbij dan ooit. Durf je de discussie dan wel nog eerlijk aan te gaan?

Het lastigste vonden de meesten van ons, vreemd genoeg, het grote succes van onze huiskerk. We begonnen met tien enthousiastelingen, maar inmiddels zijn we met zestig. Er waren geboortes, bekeerlingen, nieuwe aanwas. Er zijn jaren geweest dat er elke zondag nieuwe gezichten langskwamen. Dat geeft veel onrust en vergt een zware sociale investering. Het idee was juist klein te zijn, en daarom vonden we dat we moesten splitsen. Dat is uiteindelijk gelukt en zo wisten we de intimiteit te behouden, maar we moesten wel afscheid nemen van vrienden die we wekelijks zagen.

Zoekend, informeel en intiem – binnen het brede palet van geloofsgemeenschappen, is dat het specifieke van huiskerk. Officieel hebben weinig kerken een doelgroep, de facto allemaal. Een zoeker kan weinig met een traditioneel-protestantse dienst, evenmin een Surinamer of een gevoelsmens. Maar die Surinamer zal zich net zo vreemd voelen in onze huiskerk, evenals een gemiddelde senior of iemand die van tradities houdt.

Geen enkele gemeente kan alle kleuren van de regenboog bedienen. Er is geen one size fits all. Het beste wat je als kerken in een stad of streek kunt doen, is zorgen dat iedereen tenminste bij een terecht kan. Een huiskerk blijkt dan voor sommige christenen niet een afweging van voor- en nadelen, maar de enige optie.

Wel/niet een betaalde kracht?

Veel kerkplantingen kennen een betaalde functie, meestal een parttime voorganger en soms een jongeren- of kinderwerker. Veel huiskerken kennen alleen vrijwilligers en betalen hooguit wat huur aan een zaaltje. Het is een van de grote dilemma’s bij kleine geloofsgemeenschappen. Ook omdat veel christenen vinden dat alleen een ingewijde voorganger doop en avondmaal kan bedienen. In de meeste huiskerken wordt hier niet over nagedacht of men hecht aan het ‘priesterschap van alle gelovigen’.

Mijn ervaring is dat iedereen alle kerkelijke taken kan uitvoeren. Die constatering klinkt misschien ongeloofwaardig of zelfs absurd. Maar ik heb gemerkt dat iedereen een inspirerende verhaal over God kan vertellen, een geloofsgesprek kan leiden en een kindergroep kan leiden. Natuurlijk niet elke zondag en niet iedereen is overal even goed in, maar dat kun je afstemmen en verdelen. Alles kan op vrijwilligers draaien, is mijn ervaring, ook in grotere gemeenschappen.

Als er wel zo’n betaalde functie wordt gecreëerd, kan diegene een aantal taken van de gewone gemeenteleden overnemen, soms ook beter. Het nadeel is dat zij een hoge mate van eigenaarschap en emancipatie ervoeren, en dat nu verliezen. Hun aandeel wordt nu ‘uitbesteed’. Het voordeel is minder kopzorgen en een constantere kwaliteit van de overgenomen taken. Er zijn minder verrassingen, iedereen weet meer waar die aan toe is.

Voordelen van een huiskerk

* Je kent iedereen persoonlijk en vaak ontstaan er vriendschappen.
* Iedereen draagt bij en kan z’n talenten inzetten.
* Geen discriminatie van vrouwen en laagopgeleiden in kerkelijke taken.
* Geen last van kerkelijke regels.
* Minimale kosten, want zelden betaalde krachten.

Nadelen van een huiskerk

* Een kerkelijk conflict treft tegelijk je vriendenkring.
* Iedereen moet wat doen, ook wie daar geen zin in heeft.
* Omdat er niet zo veel kinderen zijn, krijgen die weinig toespitst onderwijs.
* Korte levenscyclus en weinig stabiliteit.
* Omdat er weinig op papier staat, is er ook veel onduidelijkheid.

Go top