close

De Christus Victor-benadering voor onze tijd

Reinier Sonneveld

Systematische studie naar de betekenis van Jezus’ kruisiging is voor mij begonnen bij gesprekken met gelovige en niet-gelovige kennissen en vrienden. God raakt iedereen, merkte ik, zeker in combinatie met de hemel. Jezus vindt men zonder uitzondering inspirerend. Maar die kruisiging, en dan nog die ingewikkelde constructie met dat hij plaatsvervangend de straf voor onze zonden droeg… Ondanks een volledige studie theologie en jaren van populair-theologisch schrijverschap, begreep ik er zelf nauwelijks iets van en ik slaagde er allerminst in het uit te leggen. 

Zo begon een intellectuele zoektocht, die al snel dieper ging. Er groeide verbazing bij me, soms verontwaardiging. Waarom wist ik dit allemaal niet? Had ik niet opgelet? Was er iets achtergehouden? Naarmate de studie vorderde sloeg dat om in enthousiasme. Want als dít allemaal waar is… Dit moet iedereen weten. Dit kan het woord evangelie dragen. Dit is werkelijk goed nieuws! En vanaf het moment, nu zo’n zeven jaar geleden, dat ik er publiekelijk over begon te spreken, stroomden de reacties binnen. Het thema lééfde. Eerst wekelijks en inmiddels dagelijks krijg ik mails als deze binnen:

‘Jaren geleden raakte ik enorm in de knoop met Verzoening door voldoening. Het leverde voor mij een godsbeeld op waar ik bang van werd en tegelijkertijd durfde ik het niet te benoemen, bang als ik was dat ik tegen de leer van de bijbel inging. Hoe durfde ik? Ik was bang dat ik de ‘zonde tegen de Heilige Geest’ had begaan. Ik vond ook nauwelijks herkenning bij mensen wie ik erover vertelde. Ik geloofde voor honderd procent in sterven en opstanding, maar had tegelijkertijd zoveel vragen over wat dit betekent voor mijn beeld van God. Mensen begrepen het niet en ik kon het ze niet uitleggen. Tot ik besefte dat Jezus het kwaad overwonnen had. Sindsdien biedt dit beeld mij veel meer houvast. Ik besefte dat mijn persoonlijke gedachten helemaal niet zo gek zijn.’

Of deze:

‘Dat ‘rare’ verhaal over het offeren van een zoon houdt mij al bezig sinds mijn jeugd. Als puber pluisde ik tijdens de kerkdienst (uit verveling) de catechismus uit op zoek naar bewijsteksten voor de noodzaak van dat offer. Ik kwam er maar niet uit. Het was voor mij geen reden voor twijfel. Maar het is wel altijd blijven knagen omdat dit de kern is van de bijbelse boodschap. Het heeft ook mijn godsbeeld enorm getekend.’

Dit zijn tamelijk willekeurig gekozen citaten, die enkele belangrijke motieven laten zien die ik nu honderden keren ben tegengekomen. Orthodoxe christenen lopen vast op Verzoening door voldoening. Dat heeft een intellectuele component, maar is meestal ook heel persoonlijk en emotioneel. Mensen zijn bang voor een God die zijn eigen zoon opoffert ten einde zelf vergevingsgezinder te worden, terwijl ze diepgaande vrijheid ervaren bij het evangelie van de Bijbel. Gisteren nog, toen ik een lezing gaf op de New Wine-conferentie, zei een jongedame letterlijk tegen de zaal: ‘Jouw boek heeft me van een depressie bevrijd.’ 

Dat ze dit publiekelijk verwoordde is al een bijzondere stap, omdat veel mensen zich eenzaam voelen in hun worstelingen met Verzoening door voldoening. Ze hebben intuïtief door dat het niet klopt, maar durven er nauwelijks woorden aan te geven, bang als ze zijn er sociaal uit te liggen en zelfs het eeuwige heil mis te lopen. Dat is een van de duistere twists van Verzoening door voldoening: jouw aanvaarding van het model samen lijkt te vallen met de aanvaarding door de kerk en zelfs Gods aanvaarding van jou. ‘Ik was bang dat ik de ‘zonde tegen de Heilige Geest’ had begaan,’ citeerde ik al een van de mails die ik kreeg. Mensen zeggen letterlijk tegen me: ‘Verzoening door voldoening kán niet kloppen, maar als ik dat niet precies zo geloof, ben ik een afvallige en dan kom ik toch in de hel?’ Wereldwijd geloven miljoenen christenen dat. Nogal wiedes dat dit model populair is geworden. Zelfs vragen erover stellen is ongeloof, want, zo hoor ik keer op keer: ‘Twijfel is ongeloof.’ En we weten allemaal wat er van ongeloof komt… 

Verzoening door voldoening komt uiteraard voor zonder dit soort bangmakerij, maar minder vaak dan het lijkt. Een deel van de aanhangers ervan maakt namelijk gebruik van whistle blowing: een codetaal die de achterban moet intimideren, maar voor buitenstaanders vrij onschuldig kan klinken. Mijn boek over deze thematiek, Het vergeten evangelie, was de aanleiding tot de studiedag die weer leidde tot de onderhavige bundel.Een recensie daarover in het Reformatorisch Dagblad begon met: ‘Het was beter geweest als dit boek nooit geboren was’, een bijbelverwijzing naar Judas, de verrader van Jezus. En de lezer blijft achter met de ‘open’ vraag: ‘Is [Sonneveld] over enkele jaren nog christen?’ De achterbanner hoort het hellevuur al knisperen! Zelfs in het gematigde Nederlands Dagblad concludeert een, weliswaar nogal rechtse, columnist over enkele zinnen in het boek: ‘Dat is spelen met vuur.’ En iedereen weet welk vuur hij bedoelt.

Dit zijn uiteraard pogingen het gesprek onmogelijk te maken. Wat mij dan toch telkens motiveert om door te gaan zijn reacties als van die jongedame: ‘Jouw boek heeft me van een depressie bevrijd.’ Ik heb dat vaak zien gebeuren. Theologie kan mensenlevens ontwrichten, maar ook genezen. Dat is de reden dat ik bijna dagelijks vreugde ervaar bij de theologie die ik mag beoefenen en ik hoop die vreugde door te geven. Er is werkelijk goed nieuws te vertellen.

De kritiek op Verzoening door voldoening

Wat is Verzoening door voldoening? Ik citeer Tim Keller, een populaire predikant uit New York en een van de gematigde aanhangers van dit model:

‘Het evangelie is het goede nieuws dat wij verlost of gered zijn. En waarvan zijn we dan verlost? En uit welk gevaar zijn we gered? … van het komende oordeel [coming wrath] aan het einde van de tijd. Dit oordeel [wrath] is echter geen onpersoonlijke kracht – het is Góds toorn [wrath]. We zijn de band met God kwijtgeraakt; onze relatie met hem is verbroken.’

Niet zozeer het kwaad, maar Gods woede, dát is ons grote probleem waarvan we moeten worden gered. Dat kunnen we niet zelf, maar de Christus beschermt ons als een hitteschild tegen die boosheid, en daarom kunnen wij toch nog eeuwig leven krijgen. In de woorden van Keller:

‘Toen de tijd vervuld was, onderging Jezus aan het kruis in onze plaats toch de afwijzing en het oordeel [rejection and condemnation] die wij verdienen, zodat wij de zegen en de aanvaarding kunnen ontvangen die hij verdiende, als we in hem geloven.’

Hier zijn nogal wat vragen bij te stellen, die elk op zich al behoorlijk ingrijpend zijn, maar bij elkaar desastreus uitpakken en steeds meer mensen doen afkeren van Verzoening door voldoening. Ik noem hieronder 29 vragen die ik vind in mijn inbox, vrijwel letterlijk in deze verwoordingen. Die iedereen kan vinden bij de grote theologen van de vorige eeuw. Want zij hebben zonder uitzondering fundamentele kritiek gehad op Verzoening door voldoening en nemen er, elk in eigen mate, afstand van.

Deze kritiek is zelfs zo’n leidraad in de recente theologie en zo’n cliché in de actuele dogmatieken, dat mijn boek Het vergeten evangelie regelmatig tot de verzuchting leidde waarom ik het bijbelse evangelie nog ‘vergeten’ noem. Goed punt, maar wie op de Biblebelt een kerk bezoekt, komt in een andere wereld. En 10 tot 15 procent van de bijbelgetrouwe christenen gelooft wereldwijd toch nog steeds in Verzoening door voldoening en weet zelden hoeveel andere opties er binnen de orthodoxie zijn. Daarom ga ik toch het gesprek aan. Want zij kunnen meer vrijheid ervaren, hun geloof verdiepen en hun relatie met God verrijken. En dat proces begint met het stellen van goede vragen:

1. Anselmus van Canterbury ontwikkelde de vroegste versie van Verzoening door voldoening in de 11de eeuw en Johannes Calvijn ontwikkelde die pas in de 16de eeuw door tot een versie die hedendaagse christenen onderschrijven. Als dit model werkelijk bijbels is, waarom is het dan niet veel eerder ontwikkeld en dominant geworden in de kerkgeschiedenis?

2. Als Verzoening door voldoening de kern van het evangelie is, waarom is er geen enkele Bijbeltekst waar het ondubbelzinnig geleerd wordt, maar moet je het globaal reconstrueren uit de combinatie van een tiental passages?

3. En wat doe je met de vele teksten waarin de Bijbel duidelijk wél een samenvatting biedt, maar die dan Jezus als Heer en Koning typeren? Waarom integreert Verzoening door voldoening bijvoorbeeld de koninkrijksmetafoor niet, die wél centraal staat in Jezus’ eigen begrip van zijn roeping?

4. Als het allemaal om dat ene offer aan het kruis gaat, wat doet de rest van Jezus’ leven er nog toe? Zijn geboorte, zijn doop, zijn onderwijs, zijn wonderen, zijn opstanding – en de hele geschiedenis van Israël bovendien – is dat allemaal niet meer dan een opmaat zonder eigen reddende betekenis?

5. Jezus zou de straf die allen verdienen cumulatief hebben ondergaan. Maar hoe kan zijn menselijke natuur urenlang talloze eeuwen van kwaad van miljarden mensen dragen, dat henzelf vaak al in enige seconden vernietigde?

6. En hoe kan enkele uren marteling ooit opwegen tegen al dat lijden? Waarom zou dat als afdoende tellen? De ‘som’ klopt toch niet?

7. Hoe kan het leed van een mens, de zoon van God nog wel, onze schuld vergoeden? Vergroot deze misdaad niet eerder onze schuld? Als Jezus werkelijk alle menselijke schuld onterecht droeg, dan verdubbelde onze schuld toen toch juist?

8. Vergelding werkt zelden voor daders, en slachtoffers hebben er vaak een afkeer van: ze verlangen genezing en vergeving, voor henzelf én de daders. Schiet de specifieke, retributieve rechtstheorie die Verzoening door voldoening veronderstelt, niet volledig tekort bij diep leed en verergert die dat niet vaak zelfs?

9. Verzoening door voldoening behandelt onze schuld jegens God. Maar er zijn ook misdaden begaan jegens zijn schepping, de natuur, mensen. God kan toch niet zomaar bepalen dat deze schuld ook voldaan of vergeten is? Daar moeten wij toch in gekend worden? En als slachtoffers daarin niet gekend worden, wordt hen dan niet opnieuw geweld aangedaan?

10. Veel leed dat ons overkomt kan onmogelijk persoonlijke schuld worden genoemd – zoals de meeste aanvallen van dieren, ziektes en natuurrampen, maar ook het demonische kwaad en het meer structurele, systemische kwaad. Hoe kan Jezus’ dood dat ooit vergoeden? Verzoening door voldoening, die alleen kan verzoenen door voldoening, vergeet toch die vormen van kwaad? Waar is in deze theorie de redding van structureel kwaad, de rampen die ons treffen en de Satan?

11. Gaat Verzoening door voldoening wel over de concrete problemen die ik ervaar? Wordt hier mij niet eerst een probleem ‘aangepraat’, namelijk dat God boos op mij is, en alleen daarvoor vervolgens een oplossing gepresenteerd dat dan ‘goed nieuws’ moet zijn?

12. Als de kruisiging er vooral voor is dat God ons kan vergeven, wat is dat dan nog meer dan het op aarde ‘uitspelen’ van een innerlijk probleem van God? 

13. Een rechterlijke uitspraak geldt, of je daar nu in gelooft of niet. Waarom is er dan geloof nodig om Christus’ rechtvaardigheid op mensen overgeheveld te krijgen? Waarom een voorwaarde en waarom specifiek die?

14. Hoe kan Jezus’ rechtvaardigheid echt overgedragen worden op anderen? Dat kan wel zo gerekend worden, ‘alsof’ het zo is, maar hoe kan dat echt zo zijn? Houdt God zichzelf dan niet voor de gek, als hij net doet alsof wij rechtvaardig zijn, terwijl het eigenlijk Christus is? 

15. Is het niet een diepe belediging voor de slachtoffers, dat de daders nu aan hun straf ontkomen, omdat Jezus die wel voor hen draagt? 

16. En houdt God dan wel van mij, als hij eigenlijk Christus ziet in onze plaats? Wie ziet God dan en van wie houdt hij, als wij geheel bevlekt zijn met zonden, maar die zonden volledig bedekt zijn met Jezus’ bloed?

17. Vergeving is per definitie afzien van betaling en vergelding. Als Jezus de schuld betaalt en de straf draagt, waarom heet het dan ‘vergeving’ wat God doet? Hij hoeft dan toch juist níet meer te vergeven, omdat het al voldaan is?

18. De hele Bijbel door vergeeft God zonder offers en betaling, en hij zegt expliciet dat hij geen offers nodig heeft. Ook Jezus, de ultieme openbaring van Gods karakter, bood vrijuit vergeving aan. Waarom in Verzoening door voldoening dan niet?

19. In de Bijbel zijn offers, ook de zondeoffers, een dankbetuiging aan God en een bewijs van een gelovig hart. Ze laten zien dat je berouw serieus is; het is je wat waard. In de heidense offercultus zijn ze echter bedoeld om de goden op andere gedachten te brengen – lijkt Verzoening door voldoening daar niet verdacht veel op?

20. Waarom heeft een ware God eigenlijk offers nodig? Waarom zou hij niet zijn eigen toorn kunnen stillen en ons vergeven? Op hun beste momenten kunnen mensen vergeven, waarom God niet?

21. Als God moet voldoen aan een rechtseis en niet ‘zomaar’ kan vergeven, moet hij dan niet gehoorzamen aan iets boven hem? Is hij dan wel echt soeverein God?

22. Is Verzoening door voldoening dus niet veel te veel ‘naar de mens’, omdat het onverbiddelijk recht en betaling eist? Is niet juist vrije vergeving, dus het afzien van betaling, de ‘ergernis van het kruis’?

23. En is deze leer niet veel te kwetsbaar voor misbruik door de machtigen, omdat deze hen vrijpleit van persoonlijke schuld, zonder hun machtsstructuren te bevragen? Is het daarom niet ook verdacht dat deze leer juist opkwam toen de kerk stevig in het zadel zat en begon te vrezen die positie te verliezen?

24. Als God iets nodig heeft – en dan zeker de dood van zijn zoon ten einde te kunnen vergeven – hoe kun je hem dan God noemen, laat staan een heilige God?

25. Hoe moet ik het me eigenlijk voorstellen dat God vergevingsgezinder wordt door de dood van zijn zoon? Iedereen wordt daar toch juist wraakzuchtiger van?

26. Als het ‘Góds toorn’ is waarvan wij ‘moeten worden verlost’, zoals bijvoorbeeld Keller stelt, worden wij dan niet in wezen gered van God? En wat is er goed nieuws aan, als wij dus uiteindelijk welkom zijn in dezelfde handen, als waaruit we eerst moesten worden gered?

27. Als Jezus echt de ultieme openbaring van God is, en als hij zelf nooit iemand straft of laat betalen, waarom wordt God vervolgens wel zo voorgesteld? Jezus past alleen restoratief recht toe, waarom God dan opeens alleen retributief?

28. Hoe kan Gods heiligheid een belemmering voor hem zijn om met zondaars om te gaan, als het juist zo typerend voor zijn zoon en beeld Jezus is, dat hij volop met zondaars at? 

29. Worden Jezus en God niet van elkaar gescheiden, als de een aan de ander iets moet betalen en zelfs door diegene ‘verlaten’ wordt? Dat kan toch niet kloppen met de orthodoxe visie op de Drie-eenheid? 

Niet al deze vragen raken alle varianten van Verzoening door voldoening evenzeer. Het model van Anselmus in zijn Cur Deus homo vermijdt minstens de helft van deze kritiek. Calvijn en veel hedendaagse reformatorische versies minder. Al deze vragen kom ik tegen – in de praktijk, tijdens gesprekken, bij de grote theologen – maar vraag 20 het meest. Als wij ‘gewoon’ kunnen vergeven, waarom moet God dan betaald worden, waarom heeft hij dat nodig, en dan nog wel in de vorm van de dood van zijn geliefde zoon? Hoe kan zoiets verschrikkelijks je vergevingsgezinder maken? Waarom zou God iets niet kunnen, wat wij wel regelmatig doen: zijn eigen toorn stillen? Waarom zouGod niet van zichzelf al vergevingsgezind zijn

Ik heb vaak gezien dat alleen al deze ene vraag als breekijzer functioneert en het begin van een doorbraak wordt. De diepste pijn van Verzoening door voldoening is namelijk het onbijbelse godsbeeld dat er vaak aan verbonden is en waar verrassend weinig rekenschap van wordt gegeven, ook door de meer gematigde aanhangers.

Bij mijn medegelovigen op de Biblebelt is Verzoening door voldoening echter meestal nog een sine qua non. Weinigen zijn er trots op, maar ‘hier moeten we het mee doen’, en dan moeten we er maar niet te veel over nadenken. Het enige wat dan nodig is, is wél het gesprek openen en laten zien dat er veel meer manieren zijn om over de betekenis van Christus’ dood en opstanding na te denken. Sterker nog, de meeste orthodoxe christenen geloven Verzoening door voldoening allerminst en deze groep groeit hard. Omdat door internet er steeds minder verborgen kan blijven en de traditionele reformatorische ‘influencers’ aan invloed verliezen, laten gewone gelovigen steeds vaker Verzoening door voldoening los en ontdekken het evangelie van de Bijbel.

Christus Victor in het kort

Maar wat is dan het evangelie van de Bijbel? Alle christelijke theologie begint bij het ontmoeten van de Christus. We proberen coherent te spreken, begrijpelijk, transparant, verantwoord, maar bovenal proberen we recht te doen aan onze gezamenlijke ervaringen met de Christus. Bij hem beginnen we en bij hem keren we telkens terug. Wij hebben een mens gezien in wie wij God zelf hebben ontmoet – dat is christelijke theologie – hij werd gekruisigd en alles leek verloren, maar op de derde dag stond hij letterlijk en historisch op uit de dood, en alles werd anders. Alle christelijke theologie is een zoektocht naar woorden voor die bovenwoordelijke ervaring.

De woorden die de vroege kerk vond – unisono tot in de 11de eeuw – groeperen we tegenwoordig onder de term Christus Victor, latijn voor Messias Overwinnaar. Het zijn de ideeën die de zeven grote oecumenische concilies veronderstelden en de orthodoxie bepaalden. En deze benadering begint dus bij die ene christelijke oerervaring: wij hebben in de mens Jezus God ontmoet. God brak in hem door en is in hem verschenen. Hij bleek Gods zoon – God zelf! In de Christus Victor-benadering is deze ene oerontmoeting de bron van vele ervaringen en overtuigingen, waar deze drie de belangrijkste van zijn: 

1. Nu wij God hebben ontmoet in Jezus, ervaren wij hoe God wordt bestreden. God is de koning van dit heelal, de absolute grond van dit bestaan, maar wij zien muiterij tegen hem, waardoor tot nog toe alle leden van het menselijke ras hebben gezondigd, ziek zijn geworden en sterfelijk blijken. We hebben diep inzicht gekregen in wat werkelijk kwaad is en werkelijk goed en wat de verhoudingen zijn. Want sinds wij de Christus hebben ontmoet en zagen hoe hij werd gekruisigd, herkennen we het leven als een strijd (in onszelf, in anderen, tussen mensen, binnen culturen, tussen culturen, enzovoorts) rondom de Christus, als uiteindelijk voor of tegen hem, hoe onbewust wellicht ook. 

2. Nu wij God hebben ontmoet in Jezus, ervaren wij echter dat God gewonnen heeft. God incarneerde in die ene mens. Dit bestaan is daarmee op ontologisch niveau getransformeerd: de hemel heeft zich wezenlijk in hem aan de aarde verbonden. Dat is een beslissende doorbraak. Wat nog nooit vertoond was, gebeurde nu: een lid van de homo sapiens die níet meewerkte aan het kwaad of daaraan ten onderging. Nu hebben we hoop op het diepste niveau. Want Jezus gehoorzaamde God ten volle en hij blééf onder de hevigste druk, in de ultieme beproeving God gehoorzamen. In hem werd God de facto koning. God regeerde voluit in hem en stichtte zo zijn koninkrijk hier op aarde. God is sterker dan alles! Christus Victor

3. Nu wij God hebben ontmoet in Jezus, ervaren wij bovendien hoe God met ons wint. Christus heeft een nieuwe werkelijkheid ontketend en we zien hoe, zoals hij dat deed, overal de liefde kan regeren. Ook wij kunnen armen verzorgen, zieken genezen, zondaars vergeven. Gods koninkrijk woekert als een mosterdzaadje en de ‘vreemde vogels’ zijn er welkom. Wij zelf veranderen, onze geloofsgemeenschappen bloeien en zelfs hele culturen ontwikkelen zich. Dit is momenteel nog ‘door matglas’, maar zo puur en compleet als wij God in Jezus hebben ervaren, zo zal hij op een dag ‘alles in allen’ zijn, tot in alle eeuwigheid.

Samengevat stelt de Christus Victor-benadering dus dat God in het gevecht dat Jezus leverde 1) dat gevecht definieerde, 2) het kwaad beslissend versloeg, 3) en ons meeneemt in zijn definitieve overwinning. Grofweg gezegd correspondeert deze driedeling met de begrippen geloof-hoop-liefde en Vader-Zoon-Geest. Als we over het wezen van de Christus spreken, spreken we over het wezen van onze redding, en andersom. In een waarachtige ontmoeting met hem ontdekken we ons heil. Christologie en soteriologie vallen samen, wat een van de redenen is waarom de oude kerk zelden de soteriologie los bediscussieerde, omdat ze dit al deed in de christologische debatten.

Christus Victor uitvoeriger

Waar is het kwaad waar de Christus zich mee confronteert?

Wij hebben de Christus overal strijd zien leveren. Er was hier geen veilig gebied voor hem. Uiteindelijk verraadde iemand uit zijn inner circle hem en zelfs zijn innigste vrienden loochenden hem. Elk lid van de homo sapiens bleek besmet.

Op vele niveaus. Wij hebben de Christus niet alleen zien strijden met ‘persoonlijk’ kwaad, dat samenhangt met een persoonlijk wilsbesluit – en waar Verzoening door voldoening exclusief op focust – en dat hij vergeeft als er berouw is. Maar hij confronteert zich ook met ‘sociaal’ kwaad dat zich afspeelt tussen mensen, in organisaties en groepen; de ‘machten en krachten’ waar Paulus van Tarsus over spreekt, en dat hij ontmaskert. Ziektes, aftakeling, natuurrampen, en de dood kun je ‘natuurlijk’ kwaad noemen, en hij stilt de stormen en brengt genezing. En dan is er ‘bovennatuurlijk’ kwaad, dat we kennen onder namen als demonen, duivel en Satan, en dat hij uitdrijft. 

Deze niveaus van kwaad zijn aan elkaar verbonden, maar niet tot elkaar te reduceren. Dat gebeurt bijvoorbeeld onterecht als de zondeval als een individuele daad van Adam of Eva wordt gelezen, terwijl die ook een sociaal aspect had omdat zij elkaar overtuigen, een natuurlijke kant omdat de aarde al ‘woest en ledig’ was en de boom des levens hen in leven hield, en een bovennatuurlijke speler, de slang. Een gezonde christelijke soteriologie beschrijft hoe Christus op al deze niveaus redding biedt, want zo herinneren wij hem en zo ervaren wij hem vandaag de dag.

Wat is de diepste aard van het kwaad?

De evangeliën suggereren dat Christus’ tegenstanders een soort vacuüm in zich meedragen. Zij hebben aan menselijkheid verloren. Ze ‘zijn’ minder, alsof ze zijn ‘leeggezogen’. Dat is het meest zichtbaar bij de bezetenen, die letterlijk in de buitenste duisternis verblijven. De Christus leren we juist dan daarentegen kennen als overvloedig, een bron van leven. Hij vermenigvuldigt het brood. Kracht vloeit uit hem in de zieken. Hij is telkens moe na de confrontaties, alsof het kwaad leven uit de Christus ‘zuigt’, maar hij herstelt telkens en blijkt toegang te hebben tot een onuitputtelijke Bron.

In de traditie, voor het eerst uitgewerkt door Augustinus van Hippo, zijn we het kwaad daarom gaan typeren als privatio boni, een beroving van het goede. Hoewel deze visie niet wezenlijk verbonden is aan de Christus Victor-benadering, is het wel de vruchtbaarste poging om de ernst van het kwaad tegelijk met Gods volkomen suprematie te denken. Het kwaad is hierin allerminst illusoir, zoals een oppervlakkige kritiek wel luidt, maar bestaat zoals een gat bestaat: volledig afhankelijk van het goede en daarop parasiterend. Das Nichtige noemde Karl Barth zijn variant, het ‘niksende’. Het is niets en doet toch iets. 

En dat is precies hoe we zijn tegenstanders in hun strijd met de Christus hebben leren kennen. Wij hebben de Christus daarin telkens ervaren als een volheid die zich confronteerde met een ‘holheid’. Het goede is vol en stroomt over, het kwade is hol en ‘zuigt’ leven op.

Hoe kan het kwaad zich dan toch zo wijd verbreid hebben?

Een van de vragen die de filosofie of theologie zelden behandelen, is waarom het kwaad, dat per definitie alleen nadelig is, toch zo veel mensen kan verleiden. Hoe kan het dat de mensen de Christus maar niet geloofden? Waarom werd Gods schitterende zoon niet meteen populair en veroverde hij met gemak de wereld?

De evangeliën antwoorden in narratieve vorm dat het kwaad zich briljant weet te ‘vermarkten’. Christus’ vijanden hebben uitstekende argumenten – schijnargumenten. Onrust vermijden, vrede bevorderen, bloedbaden voorkomen, traditie bewaken, twijfels bestrijden, enzovoorts. Dat is wat we de slang in het paradijs tegenover Adam en Eva al zagen doen, en waar de duivel in de woestijn bij Christus voor het eerst niet in slaagt. Als het kwaad wezenlijk leegte is – wat de privatio boni-visiestelt en de evangeliën narratief uitdrukken – heeft het van zichzelf niets te bieden en kan het alleen bestaan als het weet te verleiden. Het moet zich weten te ‘verkopen’ als het tegendeel van wat het is: iets dat heil brengt. Alleen zo kan het ons ‘rekruteren’, zodat we eraan meewerken.

De evangeliën vertellen hoe de Christus zijn tegenstanders steeds verdergaand ontmaskert. De religieuze elite pretendeerde namens God te spreken en verweet Jezus zelfs godslastering. De keizer van Rome, wiens vertegenwoordiger nota bene Gods ware zoon liet kruisigen, liet zich als godenzoon vereren. Maarten Luther noemde het kwaad daarom ‘de aap van God’. De duivel ‘vermomt zich als de engel van het licht’, aldus Paulus van Tarsus. Het is volgens de traditie de simia Dei: een antigod die zich hult in het kleed van een god. De Christus brengt dat telkens aan het licht. De dodelijke bedoelingen van zijn tegenstanders worden steeds duidelijker, tot zij in de beslissende confrontatie zelfs Gods eigen zoon doden en al hun goddelijke schijn vervliegt.

Als dat onze situatie is – ieder lid van de homo sapiens doet kwaad en lijdt eronder – hoe redt een van de leden, Jezus, ons daar dan toch van?

De Christus hebben wij leren kennen als de eerste, en vooralsnog enige, homo sapiens die niet bijdraagt aan het persoonlijke en systematische kwaad en niet ten ondergaat aan het natuurlijke en bovennatuurlijke kwaad, maar daarentegen in alle omstandigheden liefde en leven brengt. Hij was nooit hol, maar overal vol. Hij ‘zoog’ geen leven, maar stroomde ervan over. Telkens, in alle verhalen die wij van hem kennen en alle ontmoetingen die wij met hem hebben, overwint de liefde en het leven – overwint God.

De Christus wint dus door te zijn wie hij is, door zichzelf te zijn, de God-mens, én dat te blijven. Soteriologie is christologie. De menswording is onze redding. De Christus had ook een kortstondige verschijning van goedheid kunnen zijn, die even door onze werkelijkheid gleed en zich snel weer terugtrok. Maar dan was hij alleen mededeling geweest, geen doorbraak. En hij ging nu juist het gevecht aan, een werkelijke krachtmeting met de kwade machten, de ware God tegen de imitatiegoden. Hij confronteerde zich met de meest taaie en onoverwinnelijke vormen van kwaad en die versloeg hij. Ze probeerden uit alle macht de liefde uit hem te slaan, maar hij bleef God gehoorzaam en vergaf op het dieptepunt zelfs zijn beulen. Ze probeerden het leven uit hem te slaan en dat leek te lukken, maar toen stond hij letterlijk en historisch op uit de dood, met een ‘verheerlijkt’, aards-hemels lichaam.

Zo veranderde hij deze werkelijkheid op ontologisch niveau. De hemel verbond zich wezenlijk aan de aarde. Gods rijk brak door in hem. 

Zo klinkt het alsof enkel Christus’ sterven en opstanding relevant zijn. Waarom lezen wij dan in de Bijbel toch een verhaal: een compleet leven van toenemende strijd?

In de twintigste eeuw kwam er brede kritiek op de ‘statische’ christologie van de vroege kerk, die de menselijkheid en de goddelijkheid van de Christus te ‘onbeweeglijk’ verbonden ziet. Er zijn sindsdien diverse dynamische christologieën voorgesteld die meer recht doen aan de dynamische Bijbelse overlevering, een verhaal immers dat over een periode van vele eeuwen en ingebed in een brede geschiedenis, toe werkt naar een uiteindelijke beslissende confrontatie. 

Het leven van de Christus kende diverse stadia: zijn geboorte, zijn woestijntest en doop, zijn publieke optredens, zijn kruisiging, zijn neerdaling in het dodenrijk of de hel, zijn opstanding en zijn hemelvaart: elk van die fases waren diepere vormen van tegelijk incarnatie, overwinning op het kwaad, en Gods kroning. Telkens was de spanning hoger en de doorbraak van God in de geschiedenis beslissender. God incarneerde steeds dieper, universeler en vollediger. Zo bracht Christus hier op aarde de beslissende doorbraak in het komen van God in deze wereld, tot hij uiteindelijk ‘alles in allen’ zal zijn. 

De neerdaling van de Christus in de hel is hierin de grootste stap. God scheen licht in de buitenste duisternis! God betrad de dood! God veroverde in Christus steeds meer terrein en uiteindelijk zelfs deze laatste vesting, de Hades. Er is nu geen plek meer waar God niet is. God is werkelijk alomtegenwoordig. 

Maar hoe heeft die ene individuele biografie nu de wereldgeschiedenis veranderd? Hoe heeft een mens de mens gered? Hoe kan een particuliere confrontatie met een kwaad nu het kwaad verslaan? Wat is de betekenis van Christus’ overwinning voor mij?

De christelijke oerervaring is dat Christus’ overwinning betekenis hééft. We merken concreet dat hij in onze levens overwint. We ervaren dat we een nieuwe heer hebben, dat is de meest basale christelijke belijdenis. We beseffen dat we onderdeel zijn geworden van een nieuw rijk en dat iemand ander ons is gaan regeren. We hebben een andere Geest, die van de Christus.

Welke woorden vonden wij daarvoor? Irenaeus van Lyon, de eerste grote christelijke denker na Paulus, is de eerste die hier thematisch over nadenkt en gebruikt daarvoor het begrip recapitulatio, een begrip uit de retorica dat wij nog kennen uit het deftige ‘recapituleren’ aan het einde van een betoog. Zoals Adam eerst ons samenvatte, is Christus onze nieuwe samenvatting, ons grote Kortom. Deze gedachte komt dicht bij wat wij kennen als vertegenwoordiging, zoals in de politiek, de diplomatie en de sport. Als ‘wij’ wereldkampioen voetbal willen worden, hoeven niet alle Nederlanders tegen alle andere mensen te spelen en elke wedstrijd te winnen, maar we selecteren onze beste spelers en zij hoeven alleen tegen de regerend wereldkampioen te spelen, en niet in een willekeurige partijtje, maar op het officiële wereldkampioenschap. 

Zo won de Christus voor ons. God wees hem officieel aan als onze vertegenwoordiger. Hij zou de confrontatie aangaan in zijn naam (’mijn geliefde zoon’) en namens ons (’de mensenzoon’). Hij hoefde niet stuk voor stuk al het kwaad in de wereld te verslaan, maar alleen het diepste kwaad, de regerend wereldkampioen, ‘de heerser van de wereld’. En zoals voetbalspelers in de finale niet eens hun beste wedstrijd ooit hoeven te spelen, maar ‘slechts’ deze ene specifieke confrontatie moeten winnen, zo hoefde de Christus niet het ergste te lijden dat een homo sapiens ooit geleden heeft, maar moest hij tijdens de aangewezen confrontatie de specifieke vertegenwoordigers van het kwaad verslaan. En dat deed hij. Hij vergaf zijn beulen en stond op uit de dood.

Wat verandert er dan voor ons? Wij zijn nu wereldkampioen geworden. Wij hebben de ‘geest van winnaars’. Dat merk je bij voetbal als we dansen door oranje straten. Het land springt en verschiet van kleur. Zo hebben wij ervaren dat we een heel letterlijke nieuwe Geest kregen. De Geest van de Christus is uit hem losgebroken en is over de aarde gaan waaien.

Wat betekent Christus’ overwinning voor onze toekomst?

We hebben ervaren dat God alles was in de Christus. In de Christus was God ‘in al zijn volheid’. En hij bleef alles in de Christus onder de hevigste druk, in de ultieme test. Zo bleek dat God alles aankan. De hemel is niet weg te slaan van deze aarde. De liefde en het leven zullen winnen. God zal ‘alles in allen’ worden. 

Er was een oude samenvatting van de mensheid – in de Bijbel hebben onder andere Adam en de keizer in Rome wisselend deze rol – maar de Christus is nu de nieuwe samenvatting. Elke orthodoxe christologie is daarmee diep eschatologisch. De Christus is de nieuwe Adam. Hij is de toekomstige mens. Een tijdreiziger die ons een blik in de nieuwe tijd biedt. Hij is als de trailer die al een voorproefje biedt van de uiteindelijke complete film. Hij is de mini-apocalyps. Hij is, in Bijbelse taal, ‘de eersteling’.

Hij heeft in zich, in zijn lijf en zijn geest, de hemel aan de aarde verbonden. Zo is er een nieuwe realiteit ontsloten. De Christus was het eenpersoonsparadijs, straks komt het planeetvullende paradijs. Christus-ervaringen zijn momenteel ‘gasvormig’, als wolken die langskomen en verdampen, maar dan zal het hele leven een Christus-ervaring zijn. Daarom raakt mij de Christus victor-benadering zo. Nu kan ik belijden en ervaren: God zal winnen, want ik zag hem al winnen. De liefde zal winnen, want ik zag die al winnen. Het leven zal winnen, want ik zag dat al winnen. De beslissende slag is gestreden, nu nadert de definitieve overwinning. 

De relevantie van de Christus Victor-benadering

Dát is de relevantie van de Christus Victor-benadering. Om het in drie punten samen te vatten, die corresponderen met de drie eerder genoemde kerngedachten:

1. Nu de Christus hier op aarde God ultiem liet gebeuren, ervaren we bij hem het meest vergaand God. We zien hoe liefdevol, gul, gastvrij en hartelijk hij is. Het diepste wat er over dit leven valt te zeggen, blijkt nu dat het omgeven en doortrokken is door gulle liefde. Zo vernieuwt wezenlijk ons geloof in de aard van de werkelijkheid. 

2. Nu de Christus hier op aarde God ultiem liet gebeuren, kán dit voortaan: dat hij hier volkomen regeert en zijn rijk laat doordringen. Deze werkelijkheid is blijkbaar ‘poreus’, ontvankelijk voor de volkomen liefde van God. De nieuwe aarde kan hier echt komen. De mens kan zich echt verbinden met God. Zo vernieuwt wezenlijk onze hoop voor de toekomst van onze werkelijkheid. 

3. Nu de Christus hier op aarde God ultiem liet gebeuren, is een nieuwe vorm van leven ontsloten: God heeft zijn rijk gesticht en het is beschikbaar. Die verbinding met God is niet alleen iets van de toekomst, zijn heilige Geest is nu al beschikbaar. Nooit eerder ervoeren we hoe waardevol en geliefd dit leven is. Zo vernieuwt wezenlijk onze liefde voor het heden van deze werkelijkheid.

Je loyaliteit betonen aan de Christus die Victor is en je door hem laten vormen, heeft in alle tijden en culturen alomvattende gevolgen. En omdat er een aantal historische belemmeringen momenteel wegvallen, is de Christus Victor-benadering bezig met een wereldwijde comeback:

1. We zijn, net als vroeger, er weer van doordrongen hoe weinig maakbaar het leven is. We zijn diep teleurgesteld in het modernistische wereldbeeld, dagelijks zien we in het nieuws en op sociale media hoe gebroken het leven is. De klimaatsverandering is wellicht het bekendste voorbeeld van hoe ‘de machten en krachten’ ontsporen. Bij de opkomst van internet vlamde het oude modernisme nog weer even op: nu zou de mensheid zich eindelijk wél verbinden. Inmiddels weten we beter. Internet is een van de grootste polariserende krachten geworden en, zo klinkt alom, is broken.

2. De Christus Victor-benadering is bedreigend voor de heersende klasse, omdat het immers Jezus als hoogste Heer ziet en iedere macht aan hem ondergeschikt maakt, door hem aanspreekbaar. Verzoening door voldoening is veel geruststellender voor een christelijk continent en haar leiders grepen er gretig naar. Daarin gaat het immers vooral om je persoonlijke zonden en alle nadruk ligt erop dat deze, als je maar gelooft, niet meer tellen. Comfortabel als je in het pluche wilt blijven of schuldgevoelens hebt over je slavenhandel! Nu het christendom weer de minderheidspositie krijgt, is de kritische kracht van de Christus Victor-benadering des te actueler en overtuigender.

3. We kunnen, mede door de algemene aanvaarding van de evolutietheorie, het leven eenvoudiger typeren als strijd. Tegelijk zijn we, deels door de beide wereldoorlogen en de steeds intensievere verslaggeving in de gewapende conflicten daarna, diep teleurgesteld in de mogelijkheden van geweld. In de opvoeding van kinderen is in Nederland de ‘pedagogische tik’ zelfs bij wet verboden. Dit maakt Verzoening door voldoening verdachter, waarin Jezus immers het geweld van God voor ons moet opvangen, en Christus Victor plausibeler, omdat hier Jezus’ overwinning immers geweldloos is: hij wint met liefde.

4. We zijn diep doordrongen van het tekortschieten van het strafrechtsysteem en tegelijk zien we het succes van artsen en therapeuten. De roep om hardere straffen in onze samenleving staat in een context van ongekende budgetten voor de gezondheidszorg, ook binnen juridische context, zoals de tbs-klinieken. Dat maakt het beeld van God als rechter steeds minder invoelbaar en het beeld van God als genezer – dat overigens dominant was in de oude kerk – des te meer.

Anders gezegd, de Christus Victor-benadering wordt steeds overtuigender en groeit hard, want deze… 

1. doet recht aan opvallend veel elementen in de Bijbel, met name de vele strijd- en koningsmetaforen (zoals het Koninkrijk van God en Jezus als Heer). 

2. verwerkt eveneens de diverse andere metaforen in de Bijbel voor Jezus’ betekenis, zoals de cultische, juridische en economische. 

3. geeft een heldere samenhang aan heel de Bijbel, van Genesis, tot de Wet, de Profeten, en vervolgens Jezus’ leven en de brieven. 

4. was in het eerste millennium van de kerk, de periode die het dichtst bij Jezus ligt, de default mode om zijn betekenis te begrijpen en beleeft de laatste decennia een grote comeback. 

5. is in de traditie grondig doordacht en past volledig binnen de orthodoxie van de zeven grote oecumenische concilies. 

6. is een helder model dat uiteindelijk uit ‘slechts’ drie samenhangende gedachtes bestaat (God is overvloedige liefde, in Christus is deze liefde ‘aards’ ten volle gebeurd, en in zijn Geest kunnen wij dat uitleven). 

7. sluit beter dan de andere ‘verzoeningsmodellen’ aan bij de intuïties van hedendaagse mensen.

8. erkent de diepe menselijke ervaring van tekort, schuld, wanhoop en strijd, en biedt daar een omvattend en overtuigend antwoord op. 

9. voorkomt enkele grote bezwaren tegen andere modellen en hoeft er bijvoorbeeld niet vanuit te gaan dat God op de een of andere manier vergevingsgezinder moet worden door de dood van zijn zoon. 

De waarheid van de Christus Victor-benadering

Is de Christus Victor-benadering ook waar? Veel aanhangers van Verzoening door voldoening gaan voor een antwoord allereerst naar de Bijbel en gebruiken die als fundament. Ze nemen een tiental Bijbelse passages als ‘schriftbewijs’ om hun positie te ‘funderen’. Deze methode is wezensvreemd aan christelijke theologie, omdat deze niet begint bij hoe wij de Christus hebben ervaren. De Christus moet ook Victor zijn in onze lezing van de Bijbel. Niet de Bijbel, híj is ons ‘fundament’. 

Een gebrekkige Schriftvisie leidt er bij Verzoening door voldoening toe dat de Vader en de Zoon tegenover elkaar komen te staan en de Drie-eenheid wordt opengebroken. De Vader zou de Zoon verlaten, de Vader zou bloed eisen van zijn Zoon, de Vader zou zijn Zoon de dood in sturen ten einde zelf anderen te kunnen vergeven! Wat blijft er zo over van ‘wie mij gezien heeft, heeft de Vader gezien’? Jezus de Christus is toch hét beeld van God? Wat betekent dan nog de christelijke oerervaring waarin wij hem kennen als dé zoon van God? De Christus zelf verlangt nooit fysieke pijn, laat staan iemands dood, om zich te laten betalen. Hij eist niemands offer, laat staan iemands dood, en zeker niet om alleen zo te kunnen vergeven. En zó is dus de Vader.

Als wij iets willen zeggen over God, dan beginnen we niet met enkele bijbelteksten om daarop een theoretische constructie te bouwen. We beginnen bij onze ontmoeting met de levende Christus. Ik geloof dat Christus overwint omdat ik hem zie overwinnen! Ik zie hem in de geschiedenis overwinnen. Ik zie hoe hij zijn beulen vergaf en opstond uit de dood. Ik zie hem bij mijn vrienden overwinnen. Ik zie hem in mijzelf overwinnen. Dat zijn geen vanzelfsprekende of evidente ervaringen; het zijn aangevochten ervaringen, en dat is juist de essentie ervan; de ervaringen van hoe de Christus vecht om tot aanzijn te komen in onze werkelijkheid.

Dan komen uiteraard ook passages uit de Bijbel ter sprake, maar secundair, want de Christus is ons fundament, niets en niemand anders. En als ik naar de verwoordingen luister van mijn broeders en zusters uit de eerste eeuw, de centrale en diepste ontmoetingen met de Christus, dan vertellen zij allereerst verhalen waarin hij strijd levert en overwint. De evangeliën zijn, zoals ik hierboven heb laten zien, in hun totaliteit onderdeel van het ‘schriftbewijs’ voor de Christus Victor-benadering. In narratieve vorm gedenken die zijn overwinning. 

Een belangrijk hermeneutisch principe hierbij is, eenvoudig gezegd, dat je meebeweegt met de prioriteiten die een tekst zelf communiceert. Een lange tekst kun je namelijk vrijwel alles laten buikspreken door maar willekeurig losse zinnetjes eruit bij elkaar te zetten. Dat kan niet meer als je integer zoekt wat de climax van een paragraaf is en hoe signaalwoordjes aanduiden dat je een samenvatting treft. 

Bijvoorbeeld, het oudste evangelie laat Jezus de volgende woorden als eerste spreken, en noemt dat ‘het evangelie’: ‘De tijd is aangebroken, God wordt bijna koning: bekeer je en wees trouw aan dit goede nieuws.’ En het hele verhaal is er vervolgens aan gewijd te tonen dat hij als de Christus de cruciale rol zal spelen in dit kronen van God op aarde, het stichten van zijn rijk. Waarom is hij gekomen? Letterlijk ‘om [mijn] leven te geven als losgeld voor velen’. Losgeld is het bedrag om een slaaf vrij te kopen of over te nemen. In een schokkende omdraaiing maakt Verzoening door voldoening daarvan dat wij bij Gód losgekocht moeten worden, alsof hij de slavenhouder is! De kerkvaders zouden verbijsterd zijn geweest. Hoe kun je ooit God de rol van de Satan toedichten? ‘De zoon van God is verschenen om de daden van de duivel teniet te doen.’ Daarvoor is hij gekomen. ‘Ik heb de wereld overwonnen.’ Dát is er gebeurd. De oudste belijdenis die de Bijbel tientallen keren herhaalt is dan ook dat Christus ‘Heer’ is. 

Het keerpunt was Golgota. Jezus’ kruisiging was Gods kroning. Het beslissende moment bij het strafproces is als hij de profetie van Daniël citeert over het verschijnen van de Gezalfde. Even daarvoor heeft Maria hem gezalfd tot koning, wat hij zelf herinterpreteerde als balseming tot lijk. Juist in het diepst van zijn ellende citeert hij nog Psalm 22, die Gods wereldwijde regering aankondigt. En even daarvoor had hij al verteld dat hij ‘tot majesteit werd verheven’, wat letterlijk ‘de wijze waarop hij zou sterven’ aanduidt, het optillen van het kruishout – en dát is het moment dat ‘de heerser van deze wereld wordt uitgebannen’. Niemand anders dan het geslachte lam zit vanaf dan op de hemelse troon. Het is Jezus’ dood die de heerschappij brengt. Hij introduceert Gods rijk in het dodenrijk. Of zoals Jürgen Moltmann het verwoordt, aan wie ik mij zeer verwant voel:

‘Door Christus’ dood en opstanding is God de ‘God verlaten plek’ van de hel voor het eerst binnen getreden, hij heeft die opgenomen in zijn alomtegenwoordigheid en de dodelijke kracht ervan verslagen.’

Er is nu geen plek meer waar wij ooit alleen zijn. Er is niets dat God niet aankan. Dat is pas evangelie.

Leren van Verzoening door voldoening

Valt de Christus Victor-benadering met Verzoening door voldoening te combineren? Het zijn meestal predikanten die mij dat vragen, die juridisch gebonden zijn aan de zogeheten Drie Formulieren van Enigheid, daar de beperkingen van ervaren, maar er ook niet van loskomen. Twee zulke verschillende modellen combineren is echter zoiets als proberen een waterfiets te combineren met een zweefmolen. Onzinnig en praktisch ondoenlijk. De eerste vragen zijn al meteen: aan wie heeft Jezus zijn leven betaald, aan God of aan de Satan? En heeft God Jezus écht verlaten, of verwees Jezus profetisch naar Gods wereldregering? Dat zijn posities die elkaar uitsluiten. Het resultaat kan alleen maar minder zijn dan de oorspronkelijke delen. 

Wat wel kan is elementen van het andere model overnemen. Dat is dan zoiets als de stoeltjes uit de zweefmolen op de waterfiets plaatsen. Ik luister daarom zorgvuldig naar de argumenten van Verzoening door voldoening, en probeer de bijbelteksten en de bijbelse metaforen die zij gebruiken recht te doen in het model dat ik van de kerkvaders leer. Want modellen combineren mag dan onmogelijk zijn – metaforen en bijbelteksten combineren kan wel degelijk. De Christus Victor-benadering ziet namelijk de verzoening met God als een diamant met vele schitterende zijden.

Laat ik dan daarom in vogelvlucht de zes teksten bespreken die de aanhangers van Verzoening door voldoening het vaakst als ‘bewijs’ aanhalen en onderzoeken wat de Christus Victor-benadering hiervan kan leren.

‘Om onze zonden werd hij doorboord, om onze wandaden gebroken. Voor ons welzijn werd hij getuchtigd, zijn striemen brachten ons genezing.’ 

Hoewel deze beroemde profetie van Jesaja de kroongetuige is van Verzoening door voldoening, ontbreekt het element van voldoening. Het lijden van ‘de knecht van JHWH’ blijkt plaatsvervangend. Hij, die we dan als de Christus lezen, droeg Gods straf die voor Israël was bestemd en zo kwam er heil voor dat volk. Precies zoals de Christus Victor-benadering stelt: God heeft de Satan voor een bepaalde tijd speelruimte gegeven, Jezus ging in onze plaats staan en werd tot het uiterste getest, maar bleef gehoorzaam en bracht zo Gods regering op aarde. Hij voltooide wat wij niet konden en ‘bracht ons genezing.’

‘Het is God die door Christus de wereld met zich heeft verzoend: hij heeft de wereld haar overtredingen niet aangerekend… God heeft hem die de zonde niet kende voor ons één gemaakt met de zonde, zodat wij door hem rechtvaardig voor God konden worden.’ 

Christus speelt de essentiële rol in de verzoening tussen God en mens. Hij katalyseert het herstel van onze relatie. Dat is exact hoe de Christus Victor-benadering het beschrijft. De Christus laat de liefde van onze Vader gebeuren en nodigt ons namens God uit in zijn wijde armen. Hij overwint bovendien wat ons contact belemmert: de zonde, het kwaad, de Satan. Dat lukte omdat hij werd ‘één gemaakt met de zonde’: hij ging ten onder aan deze zondige wereld, de mensen beschouwden hem als zondaar en hij stierf alsof hij een zondaar was. 

‘Christus Jezus is door God aangewezen om door zijn dood het middel tot verzoening te zijn voor wie gelooft.’ 

Zoals tevens in de vorige tekst, blijkt de Christus weer ‘hét middel tot verzoening’. In de Christus Victor-benadering is hij dat niet omdat God vergevingsgezinder moeten worden, maar om vele andere redenen: hij overwint in ons het kwaad, hij brengt ons tot berouw aan God, hij toont ons de diepte van Gods liefde, hij biedt Gods vergeving aan, hij overwint de ‘machten en krachten’ die het zicht op God belemmeren. Zijn leven, lijden en sterven spelen zo de steutelrol in het herstel van ons contact met God; zo moeten we de Griekse cultische termen hilasterion en hilasmos interpreteren.

‘Ook Christus immers heeft, terwijl hij zelf rechtvaardig was, geleden voor de zonden van onrechtvaardigen, voor eens en altijd, om u zo bij God te brengen.’ 

Voor Johannes Calvijn was dit de belangrijkste tekst om Verzoening door voldoening aan te tonen, maar verrassend genoeg gebruiken aanhangers van de Christus Victor-benadering deze even enthousiast. Petrus schrijft dat Jezus onterecht heeft geleden, maar er zo wel toenadering kwam tussen God en mensen. Het ‘hoe’ daarvan is op deze plaats niet duidelijk. 

‘…hoeveel te meer zal dan niet het bloed van Christus, die dankzij de eeuwige Geest zichzelf heeft kunnen opdragen als offer zonder smet, ons geweten reinigen van daden die tot de dood leiden, en het heiligen voor de dienst aan de levende God? …Volgens de wet wordt inderdaad vrijwel alles met bloed gereinigd, want als er geen bloed wordt uitgegoten, vindt er geen vergeving plaats.’

Zeker, God heeft ‘géén offers en gaven verlangd’, want hij heeft geen bloed nodig. Het bloed van de offers bewijst juist dat het de offeraars serieus is; hun dank aan God of hun berouw aan God is hen veel waard. Als je namelijk niet oprecht bent jegens God, ‘vindt er geen vergeving plaats’. De Christus was echter ons ultieme offer als mensheid. Hij heeft ‘zichzelf kunnen opdragen’ aan God, was volkomen aan God gewijd en bleef tot het uiterste gehoorzaam in de beproevingen. De zonde, het kwaad en de Satan verloren zo hun grip op ons, wij konden ons verzoenen met God, en zo kon hij ‘ons geweten reinigen en heiligen’. 

‘De Mensenzoon is gekomen om zijn leven te geven als losgeld voor velen.’

Dit was eeuwenlang een klassieke ‘bewijstekst’ voor Verzoening door voldoening en veel predikanten gebruiken deze nog, maar de academische aanhangers slaan deze inmiddels over, omdat overduidelijk is geworden dat ‘losgeld’ staat voor het loskopen uit de handen van een slavenhandelaar, in wie je onmogelijk een rechtvaardige God kunt zien. Zo is deze passage inderdaad in de eerste eeuwen terecht alom gelezen: de Christus heeft zichzelf in de handen van de Satan overgeleverd om ons over te brengen in de handen van God. Niet dat de Satan enig recht op betaling had – hij had ons geroofd – maar zo werden we wel vrij en nu zijn we geen slaven meer. 

Kortom, vijf van deze zes teksten passen bij Verzoening door voldoening. Ze ‘bewijzen’ deze niet, omdat ze evenzeer passen bij de meeste andere christelijke verzoeningsmodellen, waaronder de Christus Victor-benadering. Ze missen het onderscheidende kenmerk van voldoening, en de laatste tekst over het losgeld botst er ronduit mee. Tegelijk wordt hierboven duidelijk dat in de Christus Victor-benadering weliswaar de koninklijke en militaire metaforen centraal staan, maar die eenvoudig zijn te combineren met de cultische, economische en juridische metaforen die de Bijbel in verband brengt met Christus’ lijden. Hierboven heb ik vele manieren laten zien hoe hij een plaatsvervangend offer brengt, betaalt met zijn leven voor ons, en ons zoenmiddel is. Want wij moeten verzoend worden met God en de Christus bewerkt dat met zijn sterven. Op die manier is de Christus Victor-benadering een diamant die alle belangrijke Bijbelse metaforen recht doet.

Recht doen aan (Gods) recht

In de diverse reacties in het Reformatorisch Dagblad op mijn Het vergeten evangelie en tijdens de bewuste studiedag die de aanleiding vormt tot de onderhavige bundel, bleek dat het grootste belang van mijn gesprekspartners aan de rechterflank ligt in de juridische metaforiek. God moet Rechter zijn. Daarom daar nu ten slotte aandacht voor. 

Deze critici stellen dat wij als mensen eeuwigdurende en bewuste marteling verdienen om onze beperkte zonden in dit tijdelijke leven; dit is een onuitwisbare eis die onoverkomelijk betaald moet worden. Het probleem van deze visie is dat er geen betekenis van het woord rechtvaardig bestaat waarin dit rechtvaardig is. Het is allesbehalve rechtvaardig als bijvoorbeeld een seriemoordenaar die zich bekeert ontkomt aan zijn straf, terwijl zijn slachtoffers eeuwig branden in de hel, omdat ze niet kunnen geloven – misschien wel door zijn daden. Slachtoffers wordt allerminst recht gedaan als de daders ermee wegkomen omdat Jezus hun straf volledig vergoedt. Een eerlijke rechter straft juist wel, geen dader komt zomaar weg, maar proportioneel, oftewel tijdelijk.Want niets kan een ware God belemmeren zijn eigen toorn te stillen. Dat is precies wat vergeven is en bij verzoening gebeurt: géén straf en géén betaling meer eisen. En wat wij kunnen, wellicht met moeite en in een proces, maar op onze beste momenten, hoe zouden wij dat God ontzeggen of verbieden? 

Retributie, aflossing, eerherstel, vereffening, voldoening, genoegdoening: ze hebben niet het laatste woord in de Bijbel. God is vrij genoeg om ervoor te kiezen ze niet te eisen, zoals een aardse rechter amnestie kan verlenen. De Bijbel overstijgt het retributieve recht van ‘oog om oog, tand om tand’. Dat is de logica die Verzoening door voldoening wil volhouden: als tegen een eeuwige God wordt gezondigd, moet daarvoor eeuwig geboet worden – en dan doet het er opeens niet zo veel meer toe door wie. De zoon van God oversteeg echter deze logica, zoals de ‘volmaakte God’ het kwaad kan absorberen en ‘de andere wang’ toekeert. De zoon van God vergeeft zelf zónder betaling – wel pas na berouw en bekering – net als de Vader.

Waar Anselmus van Canterbury echter terecht op wijst, is dat God zich kan identificeren met de menselijke slachtoffers en zich solidair kan betonen met het lijden van zijn schepping. Ons is onrecht aangedaan en wij hebben onrecht gedaan. God voelt daarin mee en over zijn eigen pijn kan hij vergeving aanbieden. Maar slachtoffers kunnen als enige iemand namens henzelf vergeven, dat is hún proces en niemand kan dat van hen afnemen; dan zou hen opnieuw geweld worden aangedaan. Sinds Johannes Calvijn negeert Verzoening door voldoening echter meestal deze eis van de slachtoffers – het gaat telkens slechts over Gods eigen pijn waar Jezus voor betaalt. 

Verzoening door voldoening vergeet zo dat ook wij moeten genezen. Mét onze ervaringen van onrecht. Daarom gebruikt de Bijbel – evenals alle bekende culturen, van nomadische stammen tot hoogontwikkelde wereldrijken – tevens het restoratieve recht. Genoegdoening en zelfs wraakgevoelens krijgen daarin een plek, maar het is uiteindelijk gericht op herstel. Alle partijen moeten bijdragen aan genezing. Zo dacht bijvoorbeeld de Waarheidscommissie in Zuid-Afrika en zo werkt vaak mediation in Westerse samenlevingen. Dat kan niet anders dan een gezamenlijk proces zijn. Onze herinneringen, gewoontes en relaties zijn zo met ons vergroeid, dat de Christus ons geweld zou aandoen als hij het kwaad ogenblikkelijk zou verwijderen. De plotselinge en absolute cesuur in de gebruikelijke eschatologie van Verzoening door voldoening impliceert dat hij ons niet meer redt. Maar wij moeten mét onze herinneringen, gewoontes en relaties een proces van verzoening aangaan. 

De aanhangers van Verzoening door voldoening kunnen meestal alleen een eeuwigdurende, bewuste marteling zien als manier om recht te doen aan Gods verlangen naar recht. Dat is een tunnelvisie en het tegenovergestelde van recht. Wij willen echter dat er recht geschiedt. En God identificeert zich als Rechter met ons en hoort onze noodkreet. Daarom moeten we opnieuw zoeken naar hoe we de juridische metaforen in de Bijbel recht kunnen doen. Ik doe vier voorstellen, waarin God uiteindelijk altijd wint. En niet het kwaad, zoals in een eeuwige hel. Want zou dat Gods eer niet ongelooflijk beledigen en Christus’ overwinning zwaar bagatelliseren, als het kwaad tot in alle eeuwigheid blijft bestaan en hij – anders dan de Bijbel belooft – niet ‘alles in allen’ wordt, maar blijvend ergens verliest?

1. God laat het kwaad nu al zichzelf veroordelen. God beschermt het niet meer tegen zichzelf, maar het maakt zichzelf ‘openlijk te schande’, het richt zichzelf te gronde en is ‘aan zichzelf overgeleverd’. De Gehenna-uitspraken van Jezus, over de vuilstortplaats naast Jeruzalem, drukken uit dat je je aardse leven kunt verspillen en tot een puinhoop maken. Daders komen er vaak nu al niet mee weg. Aardse rechters krijgen hen te pakken, hun geweten ‘verteert’ hen, ze ‘tandenknarsen’ van berouw, ze verknallen hun relaties en vereenzamen. Zo’n hel-in-dit-leven beantwoordt deels ons verlangen naar recht.

2. De nieuwe aarde compenseert de slachtoffers overvloedig, want ‘het aardse lijden weegt niet op tegen de schittering die nadert.’ Gods eigen heerlijkheid compenseert hemzelf al wat hem wordt aangedaan volledig; God is genoeg in zichzelf en heeft niets nodig. Het aardse lijden is, ten opzichte van een eeuwige geluk, zelfs oneindig klein, zoals wiskundig gezien zelfs het grootste gewone getal oneindig klein is ten opzichte van oneindig. Eeuwige goedheid kan alles absorberen. 

3. We gaan na onze dood met elkaar en met God als grote mediator een langdurig en pijnlijk proces van verzoening aan. Kwaad is door en door sociaal en herstel zal dat ook moeten zijn, nu en later. Gods oordeel is in de Bijbel daarom een sociale gebeurtenis. De traditie werkt dit uit en stelt het zich voor als een grote publieke gebeurtenis. Het theologische argument is dat Gods vergeving voor onze daden de facto nog moet plaatsvinden tussen mensen, omdat het anders niet compleet is en God wordt beperkt. 

4. Verzoening is méér oordeel dan straf of betaling, niet minder. Wie schreef als kind niet liever strafregels, dan het goed te maken met het klasgenootje? Dat was veel vernederender en ging veel dieper. Dan moest jij veranderen en ging het over jou. Iemand vergeven is voor beide partijen zwaarder dan iemand straffen. En helender. Genade, echte genade, komt op deze manier paradoxaal genoeg méér tegemoet aan de rechtseis dan straf en betaling. Restoratie overstijgt retributie. Zo kun je de rechtseis én ware genade, gratis genade, niet stiekem-toch-wrekende vergeving, verdisconteren.

Het Reformatorisch Dagblad probeert steevast de Christus Victor-benadering verdacht te maken door het te associëren met alverzoening, en dat zou vrijzinnig zijn en daarmee buiten de orthodoxe orde vallen. Wat ze dan verzwijgen, is dat aanhangers van alverzoening meestal ten volle in Gods oordeel geloven en een hel belijden – een rechtvaardige hel, een tijdelijke dus. En in de eerste eeuwen geloofden de meeste christenen dat, evenals ongeveer een-derde van de kerkvaders. De zeven grote oecumenische concilies hebben geen uitspraken gedaan over de (on)eindigheid van de hel, dus we kunnen er als orthodoxe gelovigen vrijuit over discussiëren. Dat moeten we zelfs, want de overtuiging dat God oordeelt wordt steeds minder breed gedeeld en in naam van alle slachtoffers moeten we daarvoor opkomen.

De Christus Victor-benadering is overigens niet noodzakelijk verbonden aan alverzoening; aanhangers leren zowel een eindige als een niet-eindige hel. Maar veel kerkvaders stellen, en ik volg hen daarin, dat het geloof in een tijdelijke hel volgt uit de ervaring dat God een rechtvaardige rechter is en Christus het kwaad verslagen heeft. Wij hebben gezien hoe God alles in de Christus werd en niets in hem zich tegen God verzette, en daarom verwachten wij dat God uiteindelijk ‘alles in allen’ wordt, ‘alle knie zich buigt en elke tong God looft’ en hij God is, alomtegenwoordig en almachtig.

Go top