close

Het onderwerp van mijn nieuwste boek is veel breder dan sektes, maar sektes zijn wel de meest onderzochte giftige religieuze systemen. Al in 1961 publiceerde Robert Lifton zijn (inmiddels klassieke) onderzoek naar de methodes die het communistische China destijds gebruikte en hedendaags onderzoek laat zien dat deze nog steeds worden toegepast op bijvoorbeeld islamitische minderheden. Lifton beschrijft acht technieken, die dictatoriale staten en niet-religieuze sektes gebruiken, zoals extreem-linkse of extreem-rechtse politieke groepen, maar ook giftige religieuze gemeenschappen, vriendengroepen en familiesystemen:

1. De communicatie controleren, door onderlinge contacten te stimuleren en externe contacten te ontmoedigen. De mensen gaan relatief geïsoleerd leven en spreken voornamelijk elkaar nog. De ontmoetingen, events, seminars, lezingen, workshop worden steeds frequenter en intenser. Je overtuigingen gaan meer en meer samenvallen met die van de groep. En omdat de groep je sociale leven gaat vervangen, wordt het steeds lastiger deze te verlaten; het voelt alsof je zonder de groep weinig meer bent en voorstelt.

Veel mensen die in sektes hebben gezeten, beschrijven dat ze een soort ‘nieuw zelf’ ontwikkelden, wat zich wel laat vergelijken met een acteur die zich goed inleeft in een nieuwe rol. Zo’n acteur gaat anders praten, anders bewegen en zelfs anders denken en het kan voor diegene lastig zijn om, als de camera’s uitstaan of eenmaal van het podium af, dat ‘nieuwe zelf’ uit te schakelen en weer terug te stappen in de ‘echte zelf’. In zekere zin sta je in een giftige groep voortdurend op een podium, je wordt non-stop beoordeeld op je prestaties en je valt samen met je aangeleerde rol. 

2. Er gebeuren bijzondere dingen, die aan wonderen doen denken en spontaan overkomen, maar eigenlijk gepland zijn door de leiders: mystieke manipulatie. Iemand krijgt een ongeluk en de leiders leggen dat uit als een gevolg van ongehoorzaamheid: diegene zal vast wel iets verkeerds gedaan hebben. De groep gaat ‘spontaan’ dansen, maar wat hoor je later: de leider had iemand gevraagd om daarmee te beginnen. Iemand heeft een ‘profetie’ die heel nauwkeurig overkomt, dat moet wel van God zijn, tot je ontdekt dat de profeet al die vertrouwelijke informatie van een goede vriend heeft. Er dwarrelt ‘goudstof’ uit de bijbel van de gezalfde voorganger en dan toont onderzoek aan dat het om glittertjes uit de feestwinkel gaat.

Meestal is het voor de leden ontluisterend en ontwrichtend om te ontdekken dat al deze ‘unieke’ verschijnselen in allerlei andere, concurrerende groepen voorkomen. Afrikaanse medicijnmannen ‘vallen in de Geest’ en doen ‘tongentaal’. Op Youtube staan honderden video’s van illusionisten en mentalisten die alle ‘wonderen’ nadoen van de religieuze leiders en soms nauwkeurig uitleggen hoe. De quasi-spontane gebeurtenissen voelden voor de leden als bewijzen dat God hier echt bezig is. Eindelijk weet je het zeker, je hoeft niet meer te twijfelen, je kunt het gewoon zien en horen. Dit ‘moet’ wel van God zijn. God kon je nooit zien, maar deze leider wel. En groot is dan natuurlijk ook de deceptie, als blijkt dat het allemaal georchestreerd was.

3. Van de leden wordt zuiverheid in leer en leven geëist. Er is een uitvoerige set ideeën en gedragingen die de norm zijn, waardoor ook kan worden bepaald wie erbuiten liggen en wie erbij horen. De lat ligt meestal bij een vorm van perfectie, waaraan ook beloftes worden gekoppeld; als je voldoet, zal het je goed gaan, als je niet voldoen, zijn er ‘consequenties’, dan zul je dat wel merken… Mensen die niet voldoen, binnen of buiten de groep, worden in gesprekken en toespraken belachelijk gemaakt en als negatief voorbeeld gesteld, inclusief de nare gevolgen van hun keuzes. Kijk maar, zo slecht gaat het met je, als je niet doet wat wij zeggen, is de strekking. En natuurlijk zijn er ook de positieve voorbeeld, die moeten bewijzen dat het ook werkt, als je wel gehoorzaamd. Leden voelen zich vaak tekort schieten, ervaren schaamte en schuld, en denken dat het aan henzelf moet liggen: dat ik nog steeds me ongelukkig en angstig kan voelen, komt natuurlijk omdat ik niet genoeg geloof… 

4. Wie zich tekort voelt schieten, moet regelmatig het eigen falen toegeven in een formeel of informeel systeem van bekentenissen. Een bekend voorbeeld hiervan is het ‘bekeringsverhaal’ in evangelische kringen, waarbij uitvoerig en zelfs gretig de oude ‘zonden’ worden bekend, waarna God ingreep en sindsdien is alles veel beter. Maar veel toxische groepen kennen een of andere vorm van schuldbelijdenis, waarbij de leden tegenover een persoonlijke mentor of tegenover een grotere groep vertelt wat er de afgelopen tijd allemaal niet is gelukt, waarin hij of zij verkeerd heeft gehandeld volgens de groepsnorm en zelfs verkeerd heeft gedacht; het gaat voornamelijk dan overal gedragingen die passen bij het ‘oude leven’, ‘buiten’. 

Deze bekentenissen maken je als groepslid kwetsbaar: ze weten erg veel van je, dat tegen je kan worden gebruikt. Van scientology is bijvoorbeeld bekend dat ze alle persoonlijke gesprekken archiveren en je hiermee ook actief chanteren als je probeert uit te treden. Ook stelt dit rituele schuld belijden je moraal op achterstand ten opzichte van de leiders, die immers daar niet aan meedoen of hooguit voor kleine overtredinkjes. Tegelijk geeft het de leden een morele superioriteit: hoe meer je zelf bekent, hoe meer je vervolgens het recht lijkt te hebben anderen weer te beschuldigen… 

5. De basisbeginselen hebben een aura van een heilige wetenschap. Dat betekent zelden dat giftige groepen zich echt baseren op wetenschappelijke onderzoeken, maar hun taalgebruik doet er wel aan denken en ze presenteren hun ideeën als bewijzen en onweerlegbaar. En natuurlijk als onderdrukte waarheden, die de bestaande orde heeft willen tegenwerken, maar die nu eindelijk opnieuw is opgediept en herontdekt, door de leider. De groep beschikt over de geheime code waarmee je min of meer alles kunt begrijpen en je een heel leven kunt bepalen. Vaak zijn er ook fases van inwijding, waarbij jonge leden nog niet inzage krijgen in de ‘hele’ waarheid, maar pas als je langer betrokken bent en je loyaal hebt betoond, wordt deze langzamerhand onthuld. En kritiek op deze heilige wetenschap is natuurlijk uit den boze, omdat deze rechtstreeks geopenbaard is door God zelf, dus vragen stellen aan de leringen is vragen stellen aan God… 

6. Het taalgebruik wordt geladen. Er worden zware begrippen aan de inhoud gekoppeld, om deze nog groter en heiliger te maken, er wordt vreemd jargon gebruikt en woorden krijgen nieuwe betekenissen. Voor buitenstaanders kan dit hilarisch aandoen, maar voor wie er in een bepaalde fase gevoelig voor is, kan het heel aantrekkelijk zijn. Langzamerhand leer je het taaltje begrijpen en kun je het ook zelf gaan toepassen, waardoor je er steeds meer bij hoort en het gevoel krijgt in iets unieks en belangrijks te worden ingewijd. Het geeft je een idee dat je bevoorrecht bent, dat je maar van geluk mag spreken, dat je hier bij mag horen. Je leert begrippen aan en een interpretatiekader voor de wereld, waarmee je alles wat je meemaakt, kan plaatsen en begrijpen. Alles ‘klopt’. 

7. De leer staat boven de persoon. Het ‘bewijs’ dat toxische gemeenschappen leveren voor hun wereldbeeld ligt in de ervaringen van de leden, die echter vaak zelf gearrangeerd worden (zie 2). Er gebeuren wonderlijke dingen, leden kunnen uitzonderlijke dingen, je voelt zelf bijzondere dingen. Het ‘moet’ daarom wel waar zijn. Maar op een dag voelt het anders. Het werkt niet meer. Er is genezing beloofd van een of andere kwaal, je hebt precies het juiste ritueel gedaan, je hebt de correcte gebeden uitgesproken – en de genezing blijft uit. De ongezonde groep wijst dan meteen naar jou. Het ligt aan jou. Jij hebt het toch niet juist gedaan. Jij hebt gefaald. Jij hebt ergens een foutje gemaakt. Want de leer van de groep klopt, hoe dan ook. Vragen stellen is een bewijs dat je niet echt loyaal bent aan de groep, je breekt daarmee de eenheid en de onderlinge verbondenheid, je bent een gevaar voor anderen – stel geen vragen, twijfel niet, doe gewoon de rituelen, zeg de mantra’s, doe de gebeden.

8. Er heerst een ontkenning van het bestaan, in die zin, dat het gewone leven als minderwaardig wordt gezien, lichamelijke ervaringen en geneugten zijn verdacht, evenals de menselijke intuïties. Er wordt niet echt geluisterd naar wie mensen zelf zijn en wat mensen zelf voelen, alleen staat in dienst van het grote ideaal. De functie van dit soort ideeën is om de boodschap van de leider zo relevant en overtuigend mogelijk te krijgen, waarmee de leider min of meer onvervangbaar wordt. Als alles ellendig is aan het bestaan van de leden, kan de groep des te belangrijker worden. Je weet in feite niks, is de boodschap, je leven is een tranendal, maar het kan nog best wat worden – als je maar… En, natuurlijk, het wordt ook weer des te bedreigender om de groep te verlaten, want je was net bij deze uitverkoren elite die het allemaal begreep, maar daarbuiten, daar is de wildernis, daar ben je weer net zo minderwaardig als je altijd al was… 

Deze acht kenmerken komen meestal tegelijk voor, maar er kunnen enkele ontbreken. De bevindingen van Lifton zijn klassiek en gelden vooral de meer extreme omstandigheden. Sindsdien is er veel onderzoek gedaan, ook naar meer gematigde situaties, in bijvoorbeeld West-Europa. In mijn boek verwerk ik dat en eigen onderzoek, zodat een actueler, genuanceerder en meer samenhangend beeld ontstaat, dat ook geldt voor onderdrukkende relaties en groepen, die echter te ‘licht’ zijn om direct als sekte te typeren.

Go top