close

In mijn komende boek maak ik veel gebruik van de Transactionele Analyse, een van de bekendste psychologische modellen, ontwikkeld door Eric Berne. Je hebt vast al wel gehoord van termen als ‘slachtofferrol’ en ‘ik ben oké, jij bent oké’. Dat zijn een paar van de slogans die algemeen ingang hebben gevonden en die iedereen is gaan gebruiken. De naam van deze theorie stelt dat het ‘transacties’ ‘analyseert’: wat er over en weer in contacten gebeurt, wat mensen geven en krijgen, en dat wordt dan grondig bekeken.

De Transactionele Analyse gaat ervan uit dat we in verschillende relaties verschillende ‘rollen’ kunnen aannemen. Je blijft jezelf, maar je stelt je toch anders op en een ander gedeelte van jezelf komt aan bod, je activeert een andere kant van jezelf. Een schoolkind doet misschien thuis bij haar broertje wat bazig, op het schoolplein met haar klasgenoten spelt ze zich gelijkwaardig op en overlegt ze veel, en bij de juf is ze wellicht weer volgzaam. Telkens hetzelfde meisje, maar haar houding in de verschillende relaties verschilt. De Transactionele Analyse onderscheidt drie basisrollen: die van de ouder, de volwassene en het kind. Een van de aantrekkelijke kanten daarvan is dat het zo dichtbij de natuurlijke gang van zaken blijft en zo herkenbaar is. Leeftijd maakt daarbij niet uit. We herkennen allemaal wel dat we ons top-down opstellen, anderen leiding geven en uitleggen hoe het zit (de ouderrol), we kunnen ook meer met anderen een probleem aangaan en dat samen proberen op te lossen (de volwassenrol) en soms ook ons laten meenemen met anderen en ons laten leiden (de kindrol).

Welke rol je aanneemt hangt af van hoe je je eigen capaciteiten en kennis inschat ten opzichte van degenen die je ontmoet. In de ouderrol ga je ervanuit dat jij een voorsprong hebt in kennis, macht en invloed. Jij hebt hier de verantwoordelijkheid en de leiding, jij weet ‘hoe het hoort’, jij bepaalt. Dit is de expert, de deskundige die zo vaak voorkomt in dit boek. In de volwassenrol is het ongeveer gelijk verdeelt, met wie je dan omgaat heeft een vergelijkbare bijdrage en ongeveer evenveel invloed. In de kindrol ga je ervan uit dat jijzelf daar relatief weinig van hebt. Jij weet het minder goed dan anderen, zij bepalen hoe het gaat.

Geen van de rollen is beter dan de andere. Het is niet zo dat als je eenmaal de achttien bent gepasseerd, je altijd ‘de volwassene’ moet zijn. Soms heb je meer te zeggen en moet je de leiding nemen en de verantwoordelijkheid van anderen overnemen, in de ouderrol. Maar als volwassene kun je wel degelijk ook op een gezonde manier de kindrol aannemen. Dat doe je als je wat speels, flirterig, creatief en gul opstelt. Je brengt leven in de brouwerij, je geeft een nieuwe energie en doorbreekt de bestaande codes. Dat kan heel noodzakelijk en gezond zijn voor groepen en organisaties. Er zijn nu eenmaal situaties waar je relatief de leerling bent en andere waar je min of meer de leider bent. Bepaalde situaties vragen van jou kinderlijke speelsheid, andere ouderlijke wijsheid. (En om het heel reflectief te maken: in dit boek kun je in mijn houding als auteur regelmatig een ouderrol herkennen, kritisch dan wel zorgend, en ik hoop in de gezonde versie. Voor een boek als deze is die rol bijna onvermijdelijk, hoewel ik ook vaak bewust me als volwassene opstel en jou daartoe ook probeer uit te nodigen.)

Elk van de rollen is dus nuttig, maar heeft wel zijn eigen beperkingen en schaduwkanten. Het schema beeldt dat uit met gesloten en open deurtjes: de gezonde versie van een rol geeft vrijheid aan de ander en opent mogelijkheden, de ontsporing ervan maakt onvrij en verstart. De ouderrol heeft relatief veel kennis en mogelijkheden en kan die op een positieve manier benutten, ook tussen volwassenen onderling. Maar je kunt dit overdrijven: dan doe je net alsof jij alle wijsheid en capaciteiten heeft en de ander niets. De volwassenrol zoekt slimme oplossingen, stelt vragen, luistert, waardeert de inbreng van anderen, maar dat kan ook leiden tot een wat ‘kille’ houding, waarbij het gevoel er niet meer te doet en soms ook tot uitstelgedrag, eindeloos analyseren en nooit tot iets komen. En wat betreft de kindrol: er zijn nu eenmaal situaties waar jij een achterstand hebt en dan is het verstandig goed op te letten, mee te bewegen of juist voor de speelse noot te zorgen, de creatieve, eigenwijze inbrengen. Maar ook dat kan ‘te’ worden: als je je voortdurend verzet, je passief opstelt, tegenwerkt en alleen aan jezelf denkt.

Als relaties en groepen niet werken, is dat vaak omdat de rollen ‘onbeweeglijk’ zijn geworden. Iemand bemoedigen is belangrijk (de gezonde ouderrol) maar voortdurend bemoedigen is onderdrukkend (de ongezonde ouderrol). Samen een probleem oplossen helpt enorm (de gezonde volwassenrol), maar alles rationeel benaderen doet verkillen (de ongezonde volwassenrol). Creatief zijn is nuttig (de gezonde kindrol), maar je alleen maar speels opstellen is ergerlijk (de ongezonde kindrol). 

De verschillende rollen versterken elkaar, binnen een team, binnen een relatie en binnen een persoonlijkheid. Als jij steeds de ouder bent – door anderen zo aangewezen of door jezelf in die positie gemanoeuvreerd – zie je veel te weinig wat anderen kunnen en weten. Zij oefenen zich niet, leren minder, ontdekken minder, leven minder. Het helpt dan om wat ‘omlaag’ te gaan, anderen aan het woord te laten, werkelijk te luisteren (de volwassenrol) en wellicht ook de teugels te laten vieren en iets ‘geks’ te doen (de kindrol). Als je steeds de volwassen bent, kun je soms te technisch worden en eindeloos blijven overleggen, waardoor de beweging en het leven uit een relatie kan verdwijnen, terwijl je soms ook gewoon een knoop moet doorhakken (de ouderrol) of even je gevoel kunt laten spreken of de chaos toelaten (de kindrol). En als jij steeds het kind bent – door anderen zo gehouden of misschien door jezelf uitgelokt – kun jij minder ontdekken, inbrengen, enzovoorts en anderen en jijzelf moeten dat missen. Het is dan nodig werkelijk aanwezig te zijn bij beslissingen (de volwassenrol) en te laten zien hoeveel jij weet en kunt (de ouderrol). 

Ongezonde relaties en gemeenschappen bevriezen de rollen, ze vermijden de volwassenrol, plaatsen de leiders vast in de ouderrol – de expert – en de rest in de kindrol. De autoriteiten weten veel meer dan de rest, en dat wordt keer op keer herhaald en bevestigd. En daarmee halen ze alle beweging uit de gemeenschap en zuigen ze het leven uit de aanwezigen. 

Een leerling van de bedenker van de Transactionele Analyse, Stephen Karpman, heeft de theorie van zijn leermeester vereenvoudigd en werkbaarder gemaakt. Hij introduceerde de zogeheten Dramadriehoek. Iedereen kent wel uitdrukkingen als dat iemand ‘in zijn slachtofferrol blijft hangen’ of ‘het slachtoffer speelt’ – die slaan op de opvallendste rol in zijn Dramadriehoek. 

Als er een of ander probleem is, een bepaalde spanning of stress, kun je volgens Karpman globaal op drie ongezonde manieren reageren: drie rollen aannemen. In de rol van Slachtoffer benadruk je wat je niet kunt doen aan het probleem en dat jij er dus ook geen schuld aan hebt. In de rol van Aanklager zoek naar je naar de oorzaak van het probleem. In de rol van Redder benadruk je wat jij zelf kunt doen om de kwestie aan te pakken. Merk op dat het Slachtoffer de schaduwkant van het de kindrol in de Transactionele Analyse is, de Aanklager de keerzijde van de zogeheten Kritische ouder, en de Redder de ontsporing van de Zorgende ouder.

Deze drie rollen reageren op elkaar, versterken elkaar en vormen met elkaar een vicieuze cirkel. Stel dat een kind een bord laat vallen. Vader: “Jij ook altijd.” Kind: “Maar het bord was glad.” Moeder: “Ik ruim het wel op.” Dat zijn achtereenvolgens de Aanklager, het Slachtoffer en de Redder. Maar dan kan die versterken, als er bijvoorbeeld dit gebeurt. Vader: “Nee, het kind moet het zelf doen, daar leert het wat van.” Kind: “Maar de scherven zijn scherp.” Moeder: “Ik ben al aan het vegen!” En er kan weer een schepje bovenop, waarbij de rollen verschuiven. Moeder, nu als Aanklager: “Waarom moet jij steeds zo kwaad doen!” Vader, ditmaal als Slachtoffer: “Het is altijd zo druk op mijn werk!” Kind, plotseling de Redder: “Kijk, ik heb het allemaal al opgeruimd!” 

Alle drie de personen in dit voorbeeld willen het graag goed doen, maar de tragiek is dat ze het elkaar en zichzelf juist lastiger maken. Hun reacties zijn op zichzelf natuurlijk en begrijpelijk, maar bij elkaar gevoegd werkt het niet. De Aanklager wil graag weten ‘waar het aan ligt’, wat het probleem precies is, wijst daarvoor vaak het Slachtoffer aan, die zich wil verdedigen en zichzelf onschuldig verklaart, waarop de Redder het zielig vindt en wil bijstaan, wat de Aanklager weer niet eerlijk en ‘soft’ vindt, waardoor het Slachtoffer zich nog kleiner voelt, en de Redder nog harder gaat lopen. (Veel analyses van de Dramadriehoek introduceren overigens nog een vierde rol, de Ontwijker: iemand die zich aan het drama probeert te onttrekken en zijn of haar eigen plan trekken, maar er intussen wel degelijk onder lijdt.) Ik vrees dat het niet overdreven is te stellen dat miljoenen relaties en teams zijn kapotgegaan door vast te zitten in de Dramadriehoek, dat niet door te hebben en geen alternatieven te kunnen toepassen. Manipulatieve systemen kun je zo begrijpen. De leider is hier vaak de Aanklager en de Redder ineen, die dan weer een emotionele tik uitdeelt – de ‘superstok’ waarmee hij dreigt met bijvoorbeeld Gods oordeel – en dan weer emotionele troost biedt – de ‘superwortel’ waarmee hij dan opeens met Gods liefde aankomt. De leden zijn de Slachtoffers, die heen en weer worden geslingerd tussen dit afstoten en aantrekken en niet tot emotionele wasdom komen. 

Misschien duurt deze emotionele rollercoaster maar een enkel uur, tijdens een wekelijkse religieuze bijeenkomst, maar deze kan veel andere gebieden in een leven besmetten. Als je tijdens een preek telkens hoort dat hoe slecht je bent en hoe onmachtig, dat het allemaal aan jou ligt en je tegelijk weinig kunt – een klassiek boek over religieuze manipulatie is Hulpeloos maar schuldig van Aleid Schilder – kun je je ook buiten die preek passief voelen, iemand die tekort schiet, klein, onhandig, niet capabel. De religieuze dienst is dan geen bron van kracht geworden, is dat je emancipeert, ‘eigenwijzer’ en trotser maakt, maar het zuigt je leeg, haalt je zelfvertrouwen onderuit, onthand je. Het vult je niet, maar holt je uit. Hij laat je niet groeien, maar krimpen. Hoe kun je dit ontgroeien en op een gezonde manier met de problemen omgaan die je ontmoet, in een relatie of als groep? 

Uit je rol breken en groeien als mens

Je begint te genezen als je gaat beseffen dat je met elkaar telkens iets herhaalt, dat je vastzit in een bepaalde rol, een specifiek patroon. ‘Het is telkens hetzelfde liedje met ons.’ ‘Doen we het weer!’ ‘Het gaat hier telkens zo!’ Dat zien is het begin. De rollen die de Transactionele Analyse en de Dramadriehoek bieden, zijn daarbij niet noodzakelijk maar kunnen helpen. Ze kunnen woorden en beelden geven aan wat je ergens al aanvoelde. Als het ergens bij je haakt, raad ik je sowieso aan er zelfstandig onderzoek naar te doen, filmpjes online te kijken en eventueel een coach of therapeut te zoeken die ermee vertrouwd is. In veel gevallen kan het ook werken het in gesprek te brengen. Zeker in een-op-een contacten kun je, bijvoorbeeld ter plekke als het gebeurt, maar het kan ook achteraf, verwoorden dat jullie volgens jou telkens hetzelfde patroon herhalen: ‘Het voelt alsof we steeds hetzelfde doen en we elkaar in een mal duwen. Ik ben telkens het slachtoffer, jij de redder. Daar draag ik ook aan bij, maar het voelt niet vrij meer en ik zou het graag anders willen…’ 

Als je het patroon enigszins herkent in je leven, zie dan ook de tekorten ervan. Iedereen die eraan meedoet, kan allerlei mogelijkheden niet onderzoeken en ontwikkelen. Een Slachtoffer kan veel meer dan zijn of haar rol suggereert, hij of zij is niet totaal schuldig maar ook niet totaal onschuldig. De Aanklager is niet immuun, hij of zij maakt ook fouten, weet ook heel veel niet, en mag kwetsbaarder, twijfelmoediger en opener zijn dan zijn of haar rol toestaat. De Redder is vaak zwakker dan zijn of haar rol wil, krijgt van alles ook niet voor elkaar en moet van alles loslaten en overdragen. Kortom, de drie figuren in de Dramadriehoek lijken veel meer op elkaar dan ze denken en kunnen aspecten van elkaars rollen overnemen. Alle drie weet je veel niet en veel wel. Alle drie doe je veel goed en veel matig of zelfs fout. Alle drie kun je veel niet en veel wel.

Het helpt dus om iets buiten de rollen te gaan staan en wat er gebeurt als het ware door een camera te zien, alsof je journalist bent die te gast is in jullie kamer, zaal, ruimte. Wat ziet diegene gebeuren? Wat werkt er nu niet? Houd daarbij in de gaten dat je mild blijft – anders stap je meteen in de rol van Aanklager, die het systeem als schuldige ziet, waarop een ander waarschijnlijk meteen Slachtoffer wordt, want ‘jullie doen dit, ik kan dit niet veranderen’, en een volgende meteen Redder, ‘wacht, als we nu dit doen, dan loopt het vast meteen goed’. Erken zo mogelijk ook je eigen rol in het systeem, trek je handen er niet vanaf en geef aan dat iedereen een bijdrage heeft, ook jij – anders zou je het Slachtoffer zijn. En probeer niet meteen de boel te fixen en op te lossen – je hoeft niet de Redder te zijn. Als je het patroon bekijkt, stap dan ook echt uit het patroon. Probeer zo wijs, volwassen en kalm mogelijk te verwoorden wat je ziet gebeuren en wat daarin niet voor jou werkt. Wijs niet naar schuldig. Het is iets wat gebeurt, wat jullie samen doen, en waarvoor misschien wel niet meteen een hapklare oplossing is. Vertraag. Laat het er maar gewoon even zijn. Er zijn misschien geen antwoorden. Het even bewust worden is voor deze keer misschien wel genoeg. ‘Kijk, we doen het weer.’ ‘Ja, wat verdrietig.’ ‘Laten we maar even stoppen.’ 

Wat er uiteindelijk nodig is, is dat alle drie de spelers is van de ander overnemen en integreren. (En alle drie kunnen er ook twee zijn, waarbij een persoon twee rollen vaak heeft, maar het kunnen er ook duizend zijn, waarbij groepen bepaalde rollen op zich nemen.) Alle drie zijn jullie in enige mate Slachtoffer: jullie kunnen alle drie niet alles in het leven veranderen. Alle drie enigszins Aanklager: jullie zien alle drie dat het niet werkt hoe het nu gaat en dat jullie daar alle drie iets aan bijdragen. En alle drie ergens Redder: jullie kunnen alle drie iets doen om het te veranderen. Het kan uitstekend dat sommige wat beter zijn in de ene rol dan de ander, minder van het een kunnen, meer van het ander. Maar genezing betekent dat je alle drie je in elkaar herkent en open staat voor de ingevingen en bijdrages van de ander.

Daarbij helpt het enorm om te beseffen dat de rollen als wipwappen werken: als de een ‘omlaag’ gaat, gaat de ander ‘omhoog’ en vice versa. De kindrol roept de ouderrol op de volwassenrol nodigt uit tot een volwassen reactie, een ouderrol lokt een ‘kinderachtige’ respons uit. Dit kun je bewust gaan inzetten. Als vaak ‘bovenin’ zit, kun je gaan ‘zakken’ naar de volwassen- en kindrol. Dat betekent dat je vaker vragen gaat stellen, luistert, zwijgt, om advies vraagt, samen tot oplossingen komt, aangeeft wat je niet weet. Als je vaak ‘onderin’ zit, kun je ‘opklimmen’ naar de volwassen- en ouderrol. Dan kun je bewust vaker je eigen mening gaan inbrengen, benadrukken wat jij hebt bij te bedragen, wat jij denkt wat er moet gebeuren, welke ervaring jij hebt opgedaan. (En weer heel reflectief over dit boek: het is bijna onvermijdelijk om als auteur regelmatig de ouderrol aan te nemen, omdat ik nu eenmaal kritische noten heb te kraken en iets aan te moedigen en zorgen heb. Tegelijk moet ik voorkomen dat ik jou dan uitnodig tot een ongezonde kindrol. Dat kan ik bijvoorbeeld doen door regelmatig jouw eigen kunnen te benadrukken, zo open mogelijk mij als auteur op te stellen en je dus uit te nodigen zelf de volwassenrol aan te nemen ten opzichte van mij als auteur en dit boek.)

In veel relaties is het mogelijk dit expliciet te maken en, op milde wijze, aan te geven wat jij op dat moment ziet gebeuren en wat je graag anders zou willen. Zorg daarbij dat je niet in de schaduwzijdes staat van de rollen die je juist wil bespreken: dus niet beschuldigend, niet reddend, niet klagend, maar volwassen. Je kunt jezelf daarin liefdevol toespreken: de affirmaties en priming die ik eerder noemde. Als je wilt ‘dalen’ kan het iets zijn als: ‘Ik luister vandaag naar iedereen.’ En als je wilt ‘stijgen’ wordt het iets als: ‘Ik heb echt iets in te brengen en anderen kunnen van mijn advies. Mensen kunnen mij serieus nemen en ik heb genoeg ervaring.’ Denk ook aan je lichaamshouding, zoals de power pose van tevoren, het kalme ademhalen en het kalm opgeheven hoofd. Je kunt jezelf visualiseren als iemand die ruimte inneemt, die even groot is als de anderen, die een plek verdient en die ook pakt. Je zult merken dat je, soms heel subtiel, je anders gaat opstellen en anderen daar ook weer op een nieuwe manier op reageren. Dat is wipwappen met je rol.

Let hierbij op dat je niet in de schaduwkanten van je nieuwe rol stapt. Als je lang in een kindrol bent geduwd en daaruit wilt, kun je uitstekend in de ouderrol gaan schieten, maar dan in de ontspoorde versie. Dan zeg je bijvoorbeeld iets als: ‘Jullie zijn arrogant, jullie weten het ook allemaal niet!’ Of zelfs heel expliciet: ‘Jij moet me niet steeds in die kindrol duwen.’ Dit soort dingen gebeuren uiteraard, het is allemaal experimenteren en zeker in het begin zal het nog ‘hoekig’ en onhandig gaan. Maar probeer dat in je achterhoofd te houden, dat als je groter maakt en meer ruimte inneemt, dat je dan een wijs iemand probeert te zijn, die ook niet alles weet, die ook niet alles kan, maar die wel een eigen plek in mag nemen, grote waarde heeft en een belangrijke inbreng.

De Dramadriehoek beschrijft hetzelfde proces met andere beelden. Ook hier roepen de rollen elkaar op en versterken ze elkaar. Dat gebeurt in het giftige systeem, maar ook in het gezonde: een volwassen Slachtoffer nodigt de anderen uit zich als een volwassen Redder en een volwassen Aanklager op te stellen en vice versa. De simpelste manier om je groeimogelijkheden te ontdekken en uit je eigen rol te breken is te beschrijven wat je vaak doet en dat dan aan de ander te gunnen. Stel dat je vaak anderen ongevraagde adviezen geeft, telkens de leiding neemt, op elk slakje zout legt, enzovoorts – de Aanklager of de schaduwkant van de Kritische ouder. Een Volwassen Aanklager staat er open voor dat anderen iets van die rol krijgen, hem adviezen geven, leiding nemen, kritiek kunnen hebben. Of stel dat je gevoelig bent voor andermans pijn en dat graag meteen wil oplossen, je bent een doener en kunt goed luisteren en troost – een typische Redder of de schaduwkant van de Zorgende Ouder. Het helpt dan om die taken ook eens aan anderen te gunnen, ook jegens jou. Mogen anderen ook jou eens helpen, troosten, nabij zijn? En als je je vaak onmachtig voelt, niet in staat werkelijk iets te veranderen, mensen luisteren niet naar je, je hebt niets in te brengen – het typische Slachtoffer of de schaduwkant van het Kind. Dan helpt het om te beseffen dat anderen dat ook kunnen hebben ten opzichte van jou en dat jij dus soms het beter weet en meer kan dan zij. 

Ook hier geldt dat, als je uit de rollen wilt stappen, snel in een andere rol kruipt en dus de Dramadriehoek in stand houdt. Je wilt geen Slachtoffer meer zijn, maar je pakt het zo fel of juist zo ‘oplosserig’ aan, dat je prompt een Aanklager of Redder bent geworden. En zo kan het ook met de andere rol. De clou is telkens de nuance, de zachtheid, de ruimte. Met twee woorden spreken, anders gezegd: het is en-en. Je hebt er verstand van, én van veel ook niet. Je kunt veel, én veel ook niet. Je bent goed bezig, én soms ook niet. Je bent oké – en soms ook niet. Het resultaat is dat je flexibeler en vrijer je kunt bewegen in relaties. Ik noemde hiervoor dat hét probleem van onze rollen meestal is dat we ze eenzijdig toepassen en erin ‘bevroren’ zijn: we passen altijd hetzelfde patroon toe. Genezing betekent dat je rollen ‘smelten’: het loopt meer door elkaar, je kunt meer van wat de ander doet, die ander kan meer van wat jij doet, je helpt elkaar en begeleidt elkaar.

In veel gevallen kun je dit allemaal niet toepassen in de manipulatieve groep zelf. De patronen zijn daar veel te sterk. Jij kunt die niet in je eentje veranderen. Mensen willen dat helemaal niet, denken het niet te willen, zijn bang het te willen. Een giftig systeem veranderen is meestal ook je taak niet. Merk op dat je dan vaak als Redder zou opstellen of soms Aanklager, die dan eens eventjes de boel doorheeft en zal zorgen dat het anders gaat. Je eerste verantwoordelijkheid is jouw eigen gezondheid en die van je naaste omgeving, zoals een geliefde en kinderen. In veilige situaties kun je oefenen met het uitbreiden van je bewegingsruimte in relaties. Je zat vast in een specifieke rol, daar was je goed in en daar kende je de regels. De nieuwe rollen zijn nog onwennig voor je, er is nog veel braak terrein, je hebt in theatertermen ‘nog niet veel tekst’. Langzamerhand zul je zo repertoire opbouwen. 

Het betekent vaak dat je bestaande contacten afbouwt of zelfs verbreekt, anderen bestaande relaties juist aantrekt en nieuwe contacten opdoet. Concreet: je stapt uit de geloofsgemeenschap die niet goed voor jou of je omgeving is en misschien zoek je na verloop van tijd een nieuwe geloofsgemeenschap. In het volgende hoofdstuk ga ik er uitgebreid in op hoe je, als je dat wilt, kunt uittreden.

Blijf beseffen dat het een proces is. Neem de tijd. Het zal met vallen en opstaan. Dat durven doen is al een bewijs dat je geneest. Als je gaat haasten en in in stress schiet als er iets misgaat, zit je voor je het weet weer in een Dramadriehoek: je wordt een Slachtoffer, met een innerlijke Aanklager, op zoek naar een Redder. Het kan niet, het lukt niet, het wordt nooit wat, denk je en je kijkt rond naar een of andere quick fix. Maar er zijn geen quick fixes. Mensen die ze beloven, zijn vaak juist manipulatief. Ik heb al genoeg gezien hoe de ‘heiligen’ zich laten ‘rondpompen’: gefrustreerd en telkens weer teleurgesteld hoppen ze van goeroe tot leraar tot voorganger tot imam tot coach tot therapeut en weer terug. Er is geen Wondermiddel. Het gaat het jaren duren en dat is prima.

Go top